China remt groei wereldeconomie

De economische groei in grote opkomende markten zoals China is legendarisch. Jaar in jaar uit groeipercentages van acht tot negen procent zijn geen uitzondering.

Door Fred Huibers | HEK Value Funds

Inmiddels nemen deze economieën het leeuwendeel van de wereldwijde groei voor hun rekening. Hoe lang kan dat nog doorgaan?

In 1990 werd wereldwijd bijna 70 procent van het inkomen verdiend in het Westen. Sindsdien groeiden opkomende economieën systematisch harder dan de westerse landen. Daardoor is het aandeel van het Westen gezakt naar 48 procent.

Enthousiasme

Het is duidelijk dat bijna alle groei die we zien uit landen als China moet komen. We varen wel bij het enthousiasme waarmee deze landen investeren en consumeren.

De Europese en Amerikaanse exporterende bedrijven zoals bijvoorbeeld Siemens, BMW en General Electric spinnen er garen bij.

Het houdt de werkgelegendheid op peil in een tijd waarin we anders wellicht in een Great Depression waren afgegleden. Er zijn echter redenen om aan te nemen dat de groeimotor gaat haperen.

Peloton

De ervaring leert namelijk dat het veel makkelijker is het gat met de kopgroep in te lopen dan om deze daadwerkelijk in te halen. Net als bij wielrennen hebben de opkomende markten geprofiteerd van de luwte achter de koplopers uit het Westen.

De technologie uit het Westen kon snel toegepast en gekopieerd worden en er was een schijnbaar onuitputtelijke voorraad aan mensen die tegen een laag salaris wilden werken. De landen hebben nu een welvaartsniveau bereikt waardoor het tempo waarin zij het gat dichten met de koplopers aanzienlijk vertraagt.

Stakingen van Chinese arbeiders om loonsverhogingen van 25 procent(!) zijn geen uitzondering. Ook verschuift de ecnomie richting de dienstensector waar productiviteitsstijging veel minder hard gaat.

Veel dienstverlening is nu eenmaal niet schaalbaar en vergt persoonlijke aandacht van personeel. Tot slot is het nog maar de vraag of landen als China zelf voldoende kunnen innoveren. En innoveren is niet kopieëren.

Midden

Veel landen die een periode hard zijn gegroeid, zijn in het verleden in een groeivertraging terechtgekomen op het moment dat het inkomen per hoofd het niveau van ongeveer 17.000 dollar bereikt. Dat is zeker niet altijd zo.

Als de landen open grenzen kennen en zich blootstellen aan de tucht van de internationale concurrentie, maken zij grote kanst om -door innovatie- hard door te groeien. Dat is echter niet het geval in China (maar zeker ook in de andere zogeheten BRIC-landen ala India, Brazilië en Rusland).

Deze landen laten zich verleiden tot invoerbeperkingen en valutamanipulatie om hun industrie te beschermen. Bij het huidige groeitempo bereikt het inkomen per hoofd van de Chinese bevolking al in 2015 het niveau van 17.000 dollar. Hopelijk weet het land zich tegen die tijd meer open te stellen naar de buitenwereld. Dat zou de wereldeconomie immers flink helpen.

Fred Huibers is partner bij HEK Value Funds

NUwerk

Tip de redactie