Jarig voor gevorderden

Morgen ben ik jarig. Voor de zoveelste keer. Ja, bedankt. Nee, het gaat prima met me. PRIMA! Nee, ik voel me niet oud. Hou op, man, ik loop halve marathons. Ja, en ik werk ‘nog’. 

Door Paul Verburgt

Het omslagpunt weet ik me nog nauwkeurig te herinneren, 2007. Voor het eerst kreeg mijn leeftijd de bijsmaak van voorbij en vermoeid. "Wat heb jij nog voor plannen?" en "let een beetje op je gezondheid" deden hun intrede in mijn leven. Alsof ik een geurspoor van verval trok. 

Ongemerkt was mijn omgeving overgeschakeld op de seniorenmodus. Ik moest beschermd worden. Tegen mezelf kennelijk, wat dus ook iets zei over de geestelijke toestand die men bij mij vermoedde.

Zorgzaamheid

Ik word graag vertroeteld en nooit heb ik iemand het werk uit handen genomen als die mijn leven comfortabel wilde maken. Ik word graag bediend, riep ik als ik me tot afgrijzen van moderne, egalitair ingestelde collega’s door mijn secretaresse (of wie dan ook) koffie liet inschenken of mijn lunch liet halen.

Maar vanaf 2007 kreeg deze zorgzaamheid iets kleinerends. Ik moest ontzien worden, niet vertroeteld.

Respect

Enige tijd heb ik de hoop gehad dat deze vernedering in het niet zou vallen bij het respect dat mijn gevorderde leeftijd zou oproepen. Ik stelde me voor dat een enkel gemompeld woord een storm van waardering en volgzaamheid zou veroorzaken.

Of dat slechts het vermoeden van mijn onmetelijke ervaring en inzicht het dagelijkse gezeur en gezanik zouden doen verdampen. 

Tekenen des tijds

Mooi niet. Ik begon steeds vaker teksten te horen als "alles wordt anders" en "zaken blijven niet zoals ze altijd zijn geweest".

Was ik dan toch een ouwe zak geworden, iemand die vasthield aan het verleden, de tekenen des tijds niet had verstaan? Niet meer kon verstaan, om het zo precies mogelijk te formuleren?

Finale

Ik ontken niet dat zich een zekere schichtigheid van me meester maakte. Was het rebelse, het eigenzinnige, het creatieve waar ik prat opging, gemeengoed geworden of, erger nog, volledig uit de tijd? In kleine kring probeerde ik een nieuwe managementstijl uit.

Rustig, beheerst, mild, ja zelfs graag bereid mijn mening niet door te drijven. ‘Is er iets?’, hoorde ik vaak, maar de waarheid spreken durfde ik niet. Je kan toch moeilijk zeggen dat je repeteert voor je managersfinale.

Rothumeur

Met grote energie legde ik me toe op mijn nieuwe stijl, maar het sloeg niet aan. "Wat heb je een rothumeur de laatste tijd!. 

Gekwetst keek ik mijn meest favoriete collega aan. Ik spreek niet graag over mezelf, maar dit keer nam ik alle tijd uit te leggen hoe de tijd het leven onverbiddelijk op de knieën krijgt.

Rothumeur? Ik oefen voor een leeftijdsbewust leiderschap! Ik heb de signalen van de organisatie begrepen. Je kunt niet blijven doen alsof je een jong veulen bent.

Ophouden

Het moet aan haar leeftijd hebben gelegen, jaloersmakend jong, dat ik bleef doorpraten, maar geen ‘bewijs’ sloeg aan.

"Als je zo doorgaat, ben je pas echt een ouwe lul. Krijg je alsnog je zin." Ik verwoord de conclusie die ze trok, ter wille van deze column iets verfijnder dan zij deed. "Je hoort dingen die niet worden gezegd. Je maakt het jezelf wijs. Hou ermee op!"

Als een kind zo blij heb ik haar advies ter harte genomen. Nog één keer keerde de twijfel terug toen iemand zei dat hij mijn vorige managementstijl wel zo rustig vond, maar dat duurde maar kort.

Ik was weer de oude, nee, ik was weer als vroeger bedoel ik, jong dus. 

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimal Management. Hij schreef de boeken 'Bazenbargoens' en recentelijk 'Heel Herkenbaar. Volg hem ook op Twitter/Paulminimal

Tip de redactie