Management scoort, maar de vakman lijkt bezig aan een comeback.

Door Rob Wagenaar 

Deze week verschillende discussies gevoerd over de situatie bij Defensie. Natuurlijk, de beste stuurlui staan aan wal.

Maar toch, verschillende gesprekspartners analyseerden te problemen als een wanverhouding tussen de chefs met hun staven en de operationele mannen en vrouwen. Heeft ons leger een waterhoofd dat fundamentele veranderingen blokkeert?

Vetter

Het fenomeen van veel, te veel management en weinig, te weinig uitvoerenden is al oud. Ikzelf gebruik en hoor deze uitdrukking al heel veel jaren. Kennelijk is er een natuurlijke ontwikkeling in vooral grote organisaties om vetter te worden in de managementlagen, meer lagen toe te voegen en ook de ondersteuning van dat management te laten uitdijen.

Je ziet het meer bij non-profit dan bij for-profit organisaties. Bij enig nadenken ligt het ook wel voor de hand. In onze cultuur heeft carrière maken veel te maken met management posities: pas als leidinggevende zit je echt in de lift. De beloning en andere voorwaarden zijn gekoppeld aan waarderingssystemen die managementposities hoog inschalen.

Schalen

Het zal verdwenen zijn, maar ik kan me zelfs beloningschalen herinneren, waarbij het aantal ondergeschikten gekoppeld was aan de hoogte van de schaal. Management scoort dus, veel meer dan een perfecte vakman zijn. Niet verwonderlijk dus, dat in organisaties waar daar de ruimte voor is, het aantal managementposities groeit.

Een gerelateerd fenomeen is het groeien van ondersteuning en staven. De Wet van Parkinson uit 1958: “Work expands to fill the time available for its completion” is hier mede debet aan. Alle managers zoeken en vinden werk, vaak goed beargumenteerd en ogenschijnlijk nuttig, en dat laat de ondersteuning groeien, “je moet natuurlijk wel assistentie hebben”.

Verliezen

Op deze wijze ontwikkelen zich lagen en afdelingen in een organisatie die veel te verliezen hebben. Elke verandering kan gevolgen hebben voor posities waar men toch in de kern niet zo zeker van is, veel reorganisaties zijn potentiële efficiency-slagen, waarbij managementposities in de wind staan.

Het gevolg is dat er angst in de organisatie sluipt en dat een zeer behoudende mentaliteit ontstaat die veranderingen effectief tegenhoudt. Er staan gewoon teveel persoonlijke belangen op het spel. En zo wordt een mechanisme dat in eerste instantie voor velen positief werkt, het obstakel voor een gezonde ontwikkeling.

Handwerk

Tegenwoordig zijn wij het handwerk, het vaak zeer hoogwaardig handwerk, in organisaties aan het herwaarderen. Uitvoering en uitvoerenden worden veel hoger ingeschaald, ook letterlijk, dan in vroegere tijden. De veelvuldige toepassing van het woord ‘professional” is hiervan een uiting.

Steeds meer vakwerk wordt professioneel genoemd, de vakwerkers zelf stijgen in de maatschappelijke pikorde. Men is ook hoger geschoold en daardoor mondiger. Dit alles wringt steeds met de managementlagen, de indianen komen in opstand tegen de chefs: ‘wij willen minder chefs en meer indianen!

Inhoudelijk

Ik denk dat het klassieke management in dit type organisaties steeds meer verdwijnt en wordt vervangen door andere, meer inhoudelijke functies. En dat de organisaties die daar aan vast houden een achterhoede gevecht voeren. Dat kan overigens wel lang duren en veel ellende veroorzaken.

Mooi vak: veranderingsmanagement!

Rob Wagenaar is organisatieadviseur E-mail: rob.wagenaar@wagenaarhoes.nl