Als een Nederlander en zeker een lid van het parlement het woord slavenarbeid in de mond nemen, gelieve men nauwgezet te luisteren, want als er één volk op dit punt recht van spreken heeft, zijn wij het wel. Ongeveer als eerste begonnen en als laatste ermee opgehouden. Nederland transportland!

Door Paul Verburgt

Er is door de regering een plan gelanceerd om bijstandstrekkers ‘naar vermogen’ een tegenprestatie te vragen. Een wederdienst aan de samenleving die belastinggeld opbrengt om hen een menswaardig bestaan te geven. Zwerfvuil opruimen, plantsoenen schoffelen, sneeuw schuiven, dat soort klusjes.

Zonder de minste discussie was dit voor de sociaal-conservatieven in ons parlement al onaanvaardbaar. ‘Slavenarbeid’ aldus het SP-kamerlid Karabulut. Minder demagogisch, maar even categorisch wezen allerlei wethouders het initiatief af: ‘Overbodig, doen we al.’

Eigen schuld

Door het geroffel op de eigen borst was nauwelijks te horen dat die wethouders het helemaal niet over een wederdienst van bijstandstrekkers hadden, maar over ook met belastinggeld betaalde reïntegratietrajecten die beogen thuiszitters weer aan de gang te krijgen.

Dat is toch echt andere koek, dames en heren gezagsdragers, want meer van hetzelfde: hulp van de samenleving aan bijstandstrekkers. Een goede zaak, maar in deze discussie een misleidend tegenargument.

Voor de baas van de SP is misleiding al te hoog gegrepen, modder volstaat. Verhit door zijn eigen krachttermen en het larmoyante standaardvoorbeeld (de bijstandsmoeder) kwalificeerde hij een tijdje geleden voor de radio het plan als een perfide complot van de rechtse krachten in de samenleving. Bijstand was al erg genoeg en het was heus niet de eigen schuld van de bijstandstrekker dat hij daarin terecht was gekomen.

Verkeerde vijand

Alsof het daarom gaat! Natuurlijk is het rot als je in de bijstand komt. Natuurlijk is dat niet per definitie je eigen schuld, al gaat het te ver om iedereen schuldeloos te verklaren. Natuurlijk zijn er velen die hard hun best doen om aan het werk te komen. Natuurlijk zijn er mensen die nooit meer uit de bijstand zullen komen.

Natuurlijk zijn er bijstandstrekkers die door ziekte, gebrek of verslaving geen hand meer kunnen uitsteken. Et cetera, et cetera. Niemand die dat tegenspreekt. Wie daar tegen te hoop loopt, heeft de verkeerde vijand uitgekozen.

Solidariteit

Het gaat om iets dat in het kamp van de tegenstanders zo graag solidariteit wordt genoemd. De samenleving is solidair met de mensen die om wat voor reden het niet meer op eigen kracht kunnen redden. Is het dan zo raar dat wie geholpen wordt, uit solidariteit een wederdienst aan die samenleving verleend? Jij helpt mij, ik help jou.

Dat komt niet in de plaats van reïntegratietrajecten, maar kan daar best naast. Net zoals vele mensen die het wel op eigen kracht redden, ’s avonds en in het weekend voor anderen de handen uit de mouwen steken. Vrijwilligerswerk heet dat. Solidariteit, weet u nog?

Wie zegt me dat bijstandstrekkers dit niet onredelijk vinden, zelfs als daar een verplichtend karakter aan zit? Uiteraard mochten we in de krant het commentaar van enkele boze slachtoffers in spe lezen. ‘Dan moet de overheid wel mijn kinderopvang betalen’, vond een bijstandsmoeder. Niets zelf, alles van anderen, dat motto.

Bejaarden

Ik weet zeker dat er meer bijval dan verzet zal zijn. Velen vinden het heel vervelend, vernederend zelfs dat ze hun hand moeten ophouden. Door wat terug te doen herstellen ze voor hun gevoel het evenwicht tussen de maatschappij en henzelf.

Het spreekt dat de wederdienstregeling goed doordacht moet worden. De pleitbezorgers moeten daarom als de donder ophouden met het bedenken van ‘nuttige baantjes’ voor bijstandstrekkers.

Hoe durf je te opperen dat zij mooi een ommetje met eenzame bejaarden kunnen maken. Of een spelletje doen. Je zult maar bejaarde zijn! De overeenkomst met zwerfvuil dringt zich onontkoombaar op.

Voor het overige, zo snel mogelijk doorvoeren. Als dit slavenarbeid is, dan zijn we er sinds de slavenhandel er enorm op vooruit gegaan.

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimal Management. Hij schreef de boeken 'Bazenbargoens' en recentelijk 'Heel Herkenbaar'