Dragen we niet allemaal de maarschalkstaf in onze ransel? Zeker in verkiezingstijd voelt menig burger dat hij een beter leider zou zijn dan wie ook. ‘Ik zou het wel weten! Mij zal dat niet overkomen!’

Door Paul Verburgt

Ik geloof u blind, maar zullen we, voordat u het leiderschap opeist, nog even een moment van bezinning in acht nemen?

Ik moest een keer een medewerker toespreken die na meer dan veertig jaar dienstverband met pensioen ging. Ik doe dat graag. Hoe mooier het afscheid, hoe mooier de voorbije jaren. Ik bereid me altijd goed voor, maar gebruik geen spiekbriefjes of zo: het hart moet spreken. En het hart spreekt ook als je stamelt.

Rots in de branding

Dit keer ging het om een geliefd mens, type rots in de branding. Personeelsdossier erbij. Merkwaardig dun voor iemand die zo lang bij het bedrijf had gezeten, maar goed, ik was administratief redelijk wat gewend en besteedde er geen aandacht aan. Onderin lagen zoals gebruikelijk een ontroerend arbeidscontract met bijbehorend schraal salaris en eerbiedige dankbetuiging van de sollicitant.

Ruzie

De tijd vloog in het dossier. Halverwege was het arbeidzame leven van de man al voorbij. De rest van zijn dossier was ingeruimd voor een conflict, over een scheur in zijn broek, opgelopen tijdens een klus. Of het bedrijf die wilde vergoeden, zo las ik. Nou, dat was een vraag waar de firma niet zonder meer ‘ja’ op kon zeggen of beter gezegd, waar de firma helaas ‘nee’ op moest zeggen.

Het sprak dat het hier niet om de hoogte van het schadebedrag ging, maar om het principe (hoofdletter P). Onvolledigheid en chaos zijn de wezenskenmerken van een personeelsdossier, maar in deze kwestie had de afdeling personeelszaken een unieke compleetheid weten te bereiken.

Ik schuimbekte van woede, maar zag ook de kans om mijn afscheidsspeech van een cabaretesk hoogtepunt te voorzien. Vrolijk ging ik naar de receptie, dossier onder de arm om er zo nodig uit te citeren.

Oeps!

Zoals gebruikelijk ging ik op een stoel staan en sprak de pensionado toe. Familie, vrienden, collega’s erbij, zoals het hoort. Ik zet de humoristische slotpassage in – veel gelach – en open het dossier om de meest stuitende brief van het bedrijf voor te lezen.

Toen viel mijn oog op de datum en zag dat de hele affaire zich had afgespeeld onder mijn (laat ik zeggen) verlicht leiderschap. Onder mijn ogen moet zich dit bureaucratisch drama hebben afgespeeld. Nergens is een alarmbel gaan rinkelen.

De medewerker in kwestie heeft nooit het initiatief genomen of de moed opgebracht om bij mij op tafel te springen en zijn gelijk te halen. Ik vond en vind dit een persoonlijk falen van mijzelf, van niemand anders.

Ik heb mijn excuses aangeboden (er werd harder gelachen dan daarvoor) en ter plekke het principe van de broek geformuleerd: ‘als een broek een probleem wordt, sta je als baas in je hemd.’

Epiloog
Ik zal uw carrière als leider met belangstelling volgen!

Paul Verburgt was jarenlang directeur van organisaties in de publieke en private sector en werkt nu als adviseur vanuit zijn bedrijf Minimal Management. Hij schreef de boeken 'Bazenbargoens' en recentelijk 'Heel Herkenbaar'