Afgelopen vrijdag stuurde Minister Verhagen een brief naar de kamer toe met daarin de hoofdlijnen van het nieuwe bedrijven- of industriebeleid van het Ministerie van EL&I. De reacties in de kranten waren veelal kritisch en niet mals.

Een gastcolumn van Rob Blaauboer (werkzaam bij de consultant Logica)

Met name van de kant van de wetenschap is veel commentaar te lezen. Kleinknecht (TU Delft) in het NRC bekritiseerd de 9 sectoren die zijn gekozen (‘Nederlanders kunnen niet kiezen’) en vraagt zich af of de wetenschappelijke basis wel goed genoeg is in plaats van de achterblijvende valorisatie (omzetten van kennis naar kunde en kassa).

In de Volkskrant uit Nooteboom (Universiteit van Tilburg) kritiek op de 9 sectoren met de opmerking ‘als ze toch al zo sterk zijn, waarom zou je ze dan nog steunen?’.

Het wegvallen van het FES- fonds (r&d fonds gevuld uit aardgasbaten) waar veel R&D-onderzoek door universiteiten en bedrijfsleven uit werd gefinancieerd levert voor de universiteiten minder mogelijkheden voor de financiering van onderzoek.

Oppositie

Ook de oppositiepartijen zijn negatief daar waar er keuzes gemaakt worden die niet de hunne zijn.
Vanuit de kant van het bedrijfsleven komt geen of minder commentaar. VNO-NCW is positief over de hoeveelheid geld en de focus op de topsectoren. Het bedrijfsleven krijgt, zo schrijft het FD, een belangrijke rol en stuurt zelfs mee.

Het bedrijfsleven geeft aan waar de knelpunten en de kansen liggen en adviseren dit aan de overheid. De overheid gaat van sturing naar facilitering.

Focus

In het nieuwe beleid van het ministerie zijn een aantal aanbevelingen van bijvoorbeeld het innovatieplatform terug te vinden: bijvoorbeeld de sectorale aanpak, focus, regionale aanpak en zo voort. Als je het beleid vergelijkt met onderzoek van het World Economic Forum voor de Global Competitiveness Index worden drie van de vier meest genoemde ‘problematic factors to do business’ aangepakt (toegang tot financiering, bureaucratie, en belastingregels).

Het lijkt dus een door het bedrijfsleven (mede) gestuurd beleid te worden. Ik schrijf het ‘lijkt’ omdat ten eerste de exacte invulling nog plaats moet vinden. De brief aan de kamer staat vol met verwijzingen naar nota’s die in de komende maanden worden geschreven. De gedetailleerde uitwerking zal voor de zomer beschikbaar zijn.

Samenwerking

Ik ben een voorstander van samenwerking tussen de betrokken partijen en heb wel eens gepleit voor een publiek / privaat ministerie waarbij de bemensing bestaat uit ondernemers, onderzoekers en overheid die gezamenlijk het beleid ontwikkelen.

“Serieuze” R&D en innovatie moet voor een groot gedeelte ook binnen deze driehoekplaats vinden. De overheid heeft in het innovatieplatform om advies gevraagd een voor een gedeelte invulling gegeven aan het advies.

Per saldo

Wat wel een punt van aandacht is: de hoeveelheid geld die wordt besteed aan R&D en Innovatie. Per saldo heeft het kabinet geen extra geld over voor het nieuwe industriebeleid. De doelstelling uit het Lissabon akkoord over de besteding van 3 procent van het GDP aan R&D en innovatie is bij lange niet gehaald.

In het kader van Europa 2020 en de Innovation Union is een van de doelstellingen voor de lidstaten de verhoging van de R&D uitgaven als precentage van het BBP.

VS

In het overzicht van de European Council van 4 februari jongstleden zijn echter voor Nederland (en UK en IE) geen percentage opgenomen. Amerika heeft in haar “Strategy for American Innovation” een doelstelling van meer dan 3 procent van het GDP aan R&D te besteden en heeft net de grootste verhoging van het R&D doorgevoerd.

Voor het fiscale jaar 2012 wordt de funding aan de National Science Foundation, Department of Energy Office of Science en National Institute of Standards and Technology verdubbeld. In het algemeen is de aanpak van de Verenigde Staten (bijvoorbeeld in Startup America) grotendeels overeen met Nederland.

Tevreden

Om terug te komen op de vraag waar ik het artikel mee begon, “Is er iemand blij met dit nieuwe industriebeleid?” is het antwoord: Ja, het Bedrijfsleven!

Die ziet, zo is mijn observatie nu, een aantal van haar aanbevelingen en genoemde obstakels aangepakt. Is iedereen tevreden? Nee maar dat is nooit in Nederland., je kunt het gewoon niet iedereen naar de zin maken.

Trouwens, subsidie mag nooit dé reden zijn om te innoveren. Innovatie moet voor een ondernemer een intrinsieke drijfveer zijn om nieuwe producten of diensten te ontwikkelen, alleen of samen met (academische) partners. De overheid stimuleert en facililiteert, de ondernemer innoveert.