De oplopende grondstoffenprijzen baren menigeen zorgen. Niet alleen goud, ijzererts en koper zijn snel duurder geworden, maar ook de prijzen van voedselgrondstoffen als graan, maïs, rijst, suiker, oliezaden en soja rijzen de pan uit.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer, in samenwerking met Belegger.nl

Daardoor bereikte de voedselprijsindex van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) in december een nieuwe recordhoogte. De FAO verwacht niet dat de voedselprijzen het komende decennium zullen terugvallen naar het niveau van voor de herfst van 2008, de periode van de vorige voedselcrisis.

McDonald’s heeft aangekondigd de stijgende inkoopkosten het hoofd te zullen bieden door in vooral Europa en de Verenigde Staten de prijs van de Big Mac te verhogen. In de Westerse wereld is een dergelijke prijsverhoging echter slechts kinderspel, aangezien de uitgaven aan voedsel slechts een beperkt deel van het inkomen uitmaken. Hoe anders is dat voor de arme bevolking van een groot aantal opkomende landen...

Onlusten

Om onrust over de stijgende voedselprijzen in te dammen, wil Sarkozy, als nieuwe voorzitter van de G20, de internationale markten voor voedingsgrondstoffen reguleren. De onlusten in Algerije, Tunesië en Egypte staan ons, ondanks dat die niet alleen werden ingegeven door hoge voedselprijzen maar ook door hoge werkloosheid en onvrede over het regime, natuurlijk duidelijk voor ogen.

Maar ook in landen als India is de voedselinflatie hoog. In dit land ging nog maar een paar jaar geleden de bevolking eveneens in groten getale de straat op om te protesteren tegen de stijgende prijs van en het groeiende tekort aan rijst. Hoe schrijnend de situatie wereldwijd is, blijkt uit onderzoek waaruit naar voren komt dat er momenteel in zo’n 80 landen voedseltekorten heersen.

Zwarte piet

Het zijn vooral speculanten die de zwarte piet van de prijsstijgingen krijgen toegespeeld. Of dat terecht is waag ik te betwijfelen. Zo zijn extreme weersomstandigheden, natuurrampen en de misoogsten die daardoor ontstaan eveneens van invloed, net als de toenemende vraag naar biobrandstoffen en het veranderende voedingspatroon.

Er wordt steeds meer voedsel genuttigd voor de productie waarvan veel grondstoffen voor nodig is. Denk hierbij bijvoorbeeld aan vlees, (gekweekte) vis en zuivelproducten.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over de grote hoeveelheden geld die in omloop zijn als gevolg van de grootschalige steunmaatregelen en stimuleringspakketten van Westerse overheden en centrale banken. Veel van deze liquiditeiten zoekt een weg naar ‘veilige’, inflatiebestendige beleggingen in grondstoffen.

Limiet

Sarkozy focust zich echter op de speculanten. Hij wil hun rol indammen door voor de termijnhandel in agrarische producten dezelfde regels in te voeren als voor financiële afgeleide producten. Meer transparantie en een limiet op de handelsvolumes zijn volgens hem het antwoord op al te grote koersuitslagen.

Natuurlijk kunnen speculanten op korte termijn prijsschommelingen versterken. Dat dit vooral prijsopdrijvend werkt laat zich eenvoudig uitleggen, daar beleggers in fysieke trackers niet short kunnen gaan zonder de onderliggende waarde te bezitten. Daardoor opereren zij vooral aan de koopkant.

Op lange termijn vormen speculanten echter geen wezenlijke factor van belang. Bovendien zijn zij ook nodig om producenten de mogelijkheid te geven hun risico’s op de goederentermijnmarkt in te dekken.

Eigenbelang

Hoe nobel Sarkozy’s streven op het eerste gezicht ook lijkt, helemaal zonder eigenbelang is het niet. Oplopende (voedsel)inflatie kan leiden tot een rem op de wereldwijde economische groei, die toch nog steeds gedragen wordt door de opkomende economieën.

Bovendien kan het de Europese Centrale Bank dwingen de rente te verhogen om de inflatie binnen de doelzone van maximaal 2 procent te houden. Frankrijk heeft er alleen maar baat bij dat de economische motor blijft draaien en dat de rente laag blijft.

Natuurlijk is het voor de korte termijn verstandig de mogelijkheden van echte speculanten aan banden te leggen. Maar, veel beter lijkt het me het voedselprobleem structureel aan te pakken. Jim Rogers zei een paar jaar geleden al dat studenten beter hun boeken aan de kant konden leggen om boer te worden.

Steen

Door de lage voedselprijzen in de jaren voor 2008 zijn veel boeren in opkomende landen naar de grote steden getrokken. Daardoor is er weinig geïnvesteerd in toekomstige oogsten en blijft de productie achter bij de stijgende vraag en zijn veel opkomende landen niet meer zelfvoorzienend, maar zijn zij afhankelijk geworden van de wereldmarktprijzen. Bovendien kon er niet adequaat worden gereageerd toen de prijzen begonnen op te lopen.

Die ontwikkeling ligt ons nu zwaar op de maag. Boeren in groeilanden moeten daarom worden gestimuleerd deze investeringen wel te doen. Dat zal niet alleen voor een hoger inkomen, een toenemende werkgelegenheid en stabiele(re) prijzen kunnen zorgen, maar ook honger en onlusten voorkomen.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp