Sinds Goldman Sachs de term ‘BRIC’ introduceerde in 2003 zijn de economieën van Brazilië, Rusland, India en China, de landen die met de term bedoeld worden, flink gegroeid. Een belegging in de BRIC’s heeft sinds het begin van deze eeuw eveneens flink wat winst opgeleverd.

Door Martine Hafkamp | Fintessa Vermogensbeheer, in samenwerking met Belegger.nl

Maar wat zien we dit jaar? De beleggingswinst die in deze opkomende landen (‘emerging countries’) kan worden gerealiseerd, wordt overtroffen door de winst die wordt behaald in de landen rondom hen.

Naast de BRIC-landen zijn er natuurlijk al jaren ook andere, minder grote, economieën welke wij tot de opkomende markten rekenen. Voorbeelden hiervan zijn Mexico, Zuid Afrika, Polen, Turkije of Zuid Korea.

Ook deze landen kenden de afgelopen tien jaar een voorspoedige economische groei. Maar voor de grootste groei moet men tegenwoordig zijn in wat ‘frontier markets’ genoemd worden. Hiermee wordt gedoeld op de landen aan de uiterste buitenkant van de definitie van ’opkomende economieën’.

Buurman

Het zijn landen die profiteren van de economische groei van hun grote buurman zoals Peru en Chili van Brazilië, Oekraïne en Kazachstan van Rusland, Sri Lanka en Pakistan van India en Indonesië en Thailand van China.

Maar ook landen zonder zo’n grote buur rekenen we tot de ‘frontier-markets’, bijvoorbeeld landen in het Midden Oosten (Libanon, Egypte) of in Afrika (Nigeria, Kenia). Volgens MSCI kwalificeren er 26 landen zich, uit alle hoeken van de wereld, voor de status van frontier-market.

Risico

Het lijkt me duidelijk dat wat al geldt voor ‘normale’ opkomende markten des te meer van toepassing is voor de frontier markets. Het risico van politieke onrust, volksoproer, hoge inflatie en valutaschommelingen is eerder regel dan uitzondering.

De effectenbeurzen in deze landen zijn vaak klein, kennen een beperkt toezicht en zijn slechts een paar uur per dag of week open. Als er al gehandeld kan worden, is dit vaak kostbaar voor ons westerlingen.

Kansen

Maar kansen zijn er natuurlijk ook. Het betreft vaak landen met een rijk bezit aan grondstoffen en een grote, jonge en goedkope arbeidspopulatie. Bovendien ontstaat er ook in deze landen door de groeiende economie een middenklasse die iets te besteden heeft en die flink consumeert en flink telefoneert.

Mobiele telefonie groeit dan ook fors in de frontier markets en, als gevolg van de groeiende economie, de bankensector eveneens. Een bankensector die van onze kredietcrisis, van CDO’s en herverpakte hypotheken geen last heeft gehad.

Volatiliteit

Als belegger in frontier markets kan men profiteren van een uitgroei naar een ‘normale’ opkomende economie. Dit gebeurt niet van vandaag op morgen, dus de belegger moet over een lange beleggingshorizon beschikken.

Bovendien moet de belegger tegen een hoge volatiliteit kunnen. Als gevolg van de focus op meer lokale problematiek, op de binnenlandse economie en het feit dat de export vaak gericht is op (slechts) de grote buurnatie, gedragen ook de lokale financiële markten zich vaak als ‘stand alone’.

Correlatie

Correlatie met de wereldeconomie is er dan ook slechts ten dele. Wel hebben deze markten last gehad van het terugtrekken van buitenlands kapitaal (dit was immers vanwege de crisis nodig in eigen land) en ze zijn daarom in 2008 hard geraakt. Maar het herstel in 2009 en dit jaar is navenant.

Beleggingsmogelijkheden zijn er voor de particulier maar mondjesmaat. Het meest eenvoudig is het om Exchanged Traded Funds (trackers) te kopen zoals Market Vectors Afrika Index (van Van Eck Securities Corp. uit de Verenigde Staten) of gespecialiseerde beleggingsfondsen. Duidelijk mag zijn dat mijn voorkeur uitgaat naar het kopen van een tracker.

Martine Hafkamp is algemeen directeur van Fintessa Vermogensbeheer. Zij won in 2008 de Gouden Stier voor de beursvrouw van het jaar. Volg Martine ook op Twitter.com/Martinehafkamp