Alle aandacht gaat momenteel uit naar een regeling die landen straft als deze niet voldoen aan de eisen die de EU stelt aan prudent begrotingsbeleid.

Door Fred Huibers | Het Haags Effektenkantoor

Daarbij wordt benadrukt dat obligatiehouders een deel van de pijn op zich moeten nemen bij problemen. Het blijft echter onduidelijk wat obligatiehouders in de praktijk kunnen verwachten.

En dat veroorzaakt de huidige onrust die uiteindelijk kan leiden tot een onhoudbare situatie waarin de euro sneuvelt. Hoe kan de euro gered worden?

Onrust

Toen Griekenland dreigde onder haar schuldenlast te bezwijken, zijn de politieke leiders van de Europese Unie (EU) uiteindelijk met een reddingsplan gekomen. In ruil voor hun steun werd van de Grieken geëist dat zij voortvarend zouden bezuinigen om de overheidsfinanciën te saneren.

Om speculanten te ontmoedigen een nieuwe aanval te openen op één van de EU-lidstaten, hebben de Unie en het IMF een noodfonds van honderden miljoenen euro's in het leven geroepen.

Ierland

Het heeft niet mogen baten. Onlangs was Ierland aan de beurt. Doordat er geen vertrouwen was in de kredietwaardigheid van de Ierse regering, werd de rentevergoeding die beleggers eisten opgeschroefd naar niveau's die de Ierse regering onmogelijk kon betalen.

Opnieuw werd het land door de rest van de Unie van het bankroet gered. Maar deze keer werd door de grootste en meest kredietwaardige lidstaat van de Unie, Duitsland, expliciet geëist dat obligatiehouders een deel van de pijn moesten lijden.

Hoeveel pijn en in welk stadium werd er niet bij gezegd. En het is vooral die onduidelijkheid die tot grote onrust leidt op de Europese obligatiemarkt. Die onrust slaat nu over naar het volgende slachtoffer: Portugal.

Euro

De politieke leiders van de EU zeggen dat de reddingsacties nodig zijn om de euro te redden van de ondergang. Wat zij onvoldoende lijken in te zien is dat de wijze waarop de reddingsacties tot stand komen juist extra vraagtekens zetten bij de houdbaarheid van de euro.

Onderlinge verdeeldheid, gekissebis en het feit dat Duitsland en Frankrijk - zonder te overleggen met de rest van de Unie - met eigengereide plannen komen, zetten vraagtekens bij de voor de muntunie noodzakelijke solidariteit.

Belangrijker is dat er publieke verklaringen worden afgegeven dat obligatiehouders een deel van hun investering moeten inleveren als een land in de betalingsproblemen komt. Op zich een logisch standpunt maar wat uitgesproken killing is, is dat er geen duidelijke failissementswetgeving is.

Waar is de procedure is die aangeeft wat beleggers mogen verwachten? In het bedrijfsleven is dat namelijk wel het geval. Waarom niet bij de landen die zich aangesloten hebben bij de Europese Unie?

Gevoelig

Omdat dit zou vereisen dat landen zich onderwerpen aan regels die toezien op het afwikkelen van faillissement. Dat betekent het opgeven van soevereiniteit. Een supra-nationale organisatie zou moeten toetsen of de schuldenlast niet langer houdbaar is en, vervolgens, moeten besluiten hoeveel elk type crediteur moet inleveren om een herstart mogelijk te maken.

Hoewel er momenteel weerstand lijkt te bestaan tegen het opzetten van deze regels binnen de EU, is het een noodzakelijke voorwaarde voor rust op de Europese obligatiemarkt en dus voor het voorbestaan van de euro.

Anders is de kans groot dat de aanvallen op de EU aanhouden en dat op een gegeven moment de overgebleven lidstaten het niet langer kunnen opbrengen om op te boksen tegen de aanvallen.

Fred Huibers is partner bij Het Haags Effektenkantoor