Het nieuwe kabinet heeft minder ministers en dus zijn er ook wat ministeries opgedeeld en verdwenen.

Door Rob Wagenaar | ASI Consulting

En dat is met een vanzelfsprekendheid en een stilte gebeurd die opvallend is. Alsof het de gewoonste zaak van de wereld is om zorgvuldig opgebouwde organisaties, werkend vanuit een jarenlange traditie, met een pennenstreek om zeep te helpen.

Het aloude VROM bijvoorbeeld is totaal opgelost in de vaart van dit kabinet. Het lijkt allemaal heel verstandig en een goed antwoord op de kreet: “minder overheid!” Maar is het dat ook?

Minachting

Wat mij ergert is de consistente minachting van alom gekende organisatieprincipes bij vooral politici. Hoewel ook zij meestal heel goed op de hoogte zijn, wordt in 'politieke' situaties teruggevallen op paardenmaatregelen die erg veel schade aanrichten.

Natuurlijk, het scoort: minder ministeries. Maar wat blijft erover van de 'gereorganiseerde' ministerieorganisaties. En hoe snel kan men de taken - die toch echt niet verdwenen zijn- op hetzelfde kwaliteitsniveau weer oppakken. Want 'de klanten' zullen onverkort dezelfde of hogere kwaliteit eisen.

Organisaties zijn heden ten dage complexe lichamen: een zorgvuldig opgebouwde mix van processen, mensen, middelen, bijeengehouden door gezamenlijke doelen, werkwijzen en onderlinge verbonden door een werkcultuur en manier van leidinggeven.

Tegenwoordig wordt veel aandacht besteed aan horizontale werkprocessen, een soepele gang van het werk door de verschillende afdelingen. Efficiency en effectiviteit worden daardoor zeer bevorderd. De samenhang van een ministerieorganisatie is veel sterker dan voorheen. En dus het opknippen veel lastiger en ook veel kostbaarder.

Werkcultuur

Daarnaast kent elk ministerie zijn eigen werkcultuur. Cultuur heeft een jarenlange historie en is sterk geworteld is het vakgebied en verstrengeld met de 'stakeholders' en de klanten van een ministerie. De cultuur heeft een belangrijke functie. Zij selecteert mensen, bindt ze en zorgt voor het juiste functioneren, ook als er weinig geregeld is.

Dit zijn slechts twee aspecten van een ministerieorganisatie en iedereen die van wanten weet, is er mee bekend.

Onthoofd

Wat gebeurt er nu. De top van de op te delen ministeries is onthoofd, de centrale staven hun klanten kwijt; de betreffende ministereis worden in functionele blokjes opgedeeld en verdeeld volgens het kabinetsplan. Een zo te zien puur technocratische activiteit, waarbij echt te bezien valt wat de schade daarvan is.

De overheid kennende zal er nu zeker hectisch aan een alomvattend transitieplan worden gewerkt. Nederland heeft loyale en bekwame ambtenaren die niet voor een kleintje staan. Maar ik vermag de toegevoegde waarde van deze actie niet te zien. Waarom niet de ministeries in takt laten en een minister meer ministeries te geven?

Bij een demissionair kabinet hoor je daar nooit problemen over. Waarom niet de eventuele coördinatieproblemen tussen ministeries, precies op de pijnpunten op te lossen en dus niet een heel ministerie te offeren? Waarom geen ruime overgangsperiode in te bouwen, waarbij aan het eind nog eens echt gekeken wordt wat geofferd moet worden en hoe de portefeuilles er het best uit kunnen zien?

Herschikken

Bij gemeenten is het niets bijzonders na enige tijd nog eens de portefeuilleverdeling tussen de wethouders op de agenda te zetten en te herschikken daar waar zinnig.

Zorgvuldig regeren en zuinig zijn met overheidsgeld heeft dus weinig van doen met bruuske ingrepen in ministerieorganisaties. Schijn bedreigt, ook hier.

Rob Wagenaar is consultant bij ASI Consulting