Willem Holleeder en zijn verdediging zullen woensdag niet aanwezig zijn bij de eerste pro-formazitting in het hoger beroep dat draait om meerdere liquidaties, omdat de zaak nog niet inhoudelijk wordt behandeld. Raadsman Sander Janssen schetst dinsdag dat de schuld van zijn cliënt al vaststond voor de zitting.

Janssen maakte dinsdag een deel van zijn inhoudelijke reactie op het vonnis openbaar.

De rechtbank in Amsterdam heeft de 61-jarige man vorige maand veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf voor het hebben van een sturende rol bij de liquidaties van Cor van Hout (2003), Willem Endstra (2004), Kees Houtman (2005) en Thomas van der Bijl (2006).

Ook werd bewezen geacht dat Holleeder betrokken was bij de mislukte aanslag op John Mieremet in 2002 en de uiteindelijke liquidatie van de man in 2005.

"Het vonnis van de rechtbank bewijst de juistheid van de beleving van Willem Holleeder dat deze zich voorafgaand aan de aanvang en zeker ten tijde van de behandeling ter zitting een overtuiging had gevormd over zijn schuld of onschuld", stelt Janssen in de nu openbaar gemaakte appelmemorie (pdf). Volgens de advocaat is dit een van de redenen dat de verdediging direct in hoger beroep ging.

'Astrid en Sonja geen kritische vragen gesteld'

Janssen benoemt hierbij onder meer dat de getuigenissen van Holleeders zussen Astrid en Sonja voor waarheid werden aangenomen, terwijl de rechtbank de zussen geen kritische vragen stelde, "ook niet op onderdelen waarvan op dat moment na het bij de rechter-commissaris uitgevoerde onderzoek al lang en breed duidelijk was dat op z'n minst genomen getwijfeld moest worden aan het waarheidsgehalte".

Deze verklaringen van Astrid en Sonja Holleeder zijn als belangrijk bewijs gebruikt in de veroordeling van hun broer.

'Rechter baseert vonnis op eigen overtuiging en zoekt bewijs erbij'

Aan het begin van de lijst met redenen om in hoger beroep te gaan, meldt Janssen dat hij een patroon in het strafklimaat ziet.

"Steeds vaker ontstaat de indruk dat de rechter zijn of haar visie op de zaak tot uitgangspunt neemt bij de beoordeling van die zaak", aldus de raadsman, die verderop in het betoog schetst dat verdachten de indruk hebben dat het bewijs 'erbij gezocht wordt'.

Holleeder zei zelf ook direct na zijn veroordeling het gevoel te hebben dat zijn schuld al vaststond. Dit komt volgens Holleeder onder meer doordat het hof in het Passageproces - waarin hij zelf niet terechtstond - hem al een rol toedichtte in het criminele milieu waarin de liquidaties plaatsvonden.

De raadsman is woensdag niet aanwezig om zijn betoog toe te lichten, omdat daar bij een pro-formazitting geen ruimte voor is. Verwacht wordt dat in oktober of november verder kan worden ingegaan op de verweren en de verzoeken tot nader onderzoek.