Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat advocaat Bénédicte Ficq in 2011 Willem Holleeder en zijn toenmalige advocaat Stijn Franken bewust heeft geprobeerd te beïnvloeden, zo meldt de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten donderdag na onderzoek.

Volgens deken Evert Jan Henrichs kan acht jaar na dato niet met voldoende zekerheid vastgesteld worden "in hoeverre haar tuchtrechtelijk kan worden aangerekend" dat bij Franken en Holleeder de indruk is ontstaan dat ze onder druk werden gezet.

Henrichs besloot in januari van dit jaar te starten met een onderzoek naar het handelen van zowel Ficq als Franken. Aanleiding was een gesprek dat Peter R. de Vries en Holleeder in 2011 voerden.

In dat gesprek maakte Holleeder aan de misdaadjournalist duidelijk dat Ficq hem onder druk zou hebben gezet om een valse verklaring af te leggen in het voordeel van Dino Soerel. Ficq stond laatstgenoemde bij toen hij terechtstond in het liquidatieproces Passage.

Ficq laat donderdag in een reactie weten dat ze zich moet neerleggen bij de beslissing van de deken, "al gaat dat niet op alle punten van harte".

Telefoongesprek vond plaats met advocatentelefoon

Het telefoongesprek tussen Holleeder en De Vries vond op het kantoor van Franken plaats via zijn advocatentelefoon. Dit is een telefoon die niet afgeluisterd mag worden en bedoeld is voor gesprekken tussen advocaten en hun cliënten.

De deken oordeelt dat Franken misbruik heeft gemaakt van zijn advocatentelefoon, maar dat dit een geval van 'nood breekt wet' was. Ook aan deze actie worden dus geen tuchtrechtelijke gevolgen verbonden.