Sander Janssen, de advocaat van Willem Holleeder, is van mening dat Astrid Holleeder verregaande kenmerken van een posttraumatisch stresssyndroom (PTSS) vertoont. Dat betoogt hij vrijdag tijdens de tweede dag van het pleidooi in De Bunker in Amsterdam.

Ze heeft onder invloed van "een opeenstapeling van traumatiserende events, een storm aan gebeurtenissen en een leven onder jarenlange spanning en stress" haar visie op het verleden en de werkelijkheid "ingekleurd", aldus de advocaat.

Volgens de raadsman heeft het proces aangetoond dat Astrid Holleeder gebukt gaat onder voortdurende achterdocht en "vergaande, tot rare verhalen leidende argwaan". Ook noemde hij de woedeaanvallen, "zoals we die in deze rechtszaal hebben gezien".

Hiermee doelt Janssen op enkele uitbarstingen van Astrid Holleeder tijdens verhoren in de rechtszaal. De raadsman onderstreepte dat hij geen gedragskundige is. "Maar ik kan wel lijstjes met criteria nalopen".

Kenmerken van PTSS zijn volgens hem "dat je geheugen verstoord raakt en dat je anderen de schuld gaat geven". Dat heeft er mede toe geleid dat ze haar broer als moordenaar is gaan zien, aldus de raadsman, die benadrukte dat hij haar niet "als gek wil wegzetten".

Janssen noemde zijn constatering "iets om rekening mee te houden" als de rechtbank de verklaringen van Astrid Holleeder tegen haar broer als bewijs beoordeelt.

Bijdrage van zussen aan bewijsvoering 'beperkt'

In zijn pleidooi droeg Janssen aan dat de bijdrage van Astrid en Sonja Holleeder aan de bewijsvoering tegen hun broer maar zeer beperkt is.

"De zussen hebben geen concreet bewijs geleverd, maar vooral een beeld uitgedragen dat Willem Holleeder in opdrachtgevende zin bij de moorden zou zijn betrokken", aldus Janssen.

Hij hield de rechtbank voor dat het uiteindelijk draait om de vraag of het mogelijk is dat de zussen niet de waarheid vertellen. "En het antwoord daarop is: ja."

Volgens hem hebben de zussen vanuit hun eigen belang de dynamiek rond het proces "enorm versterkt", onder meer door "een gecoördineerde mediastrategie" te voeren. "Nieuw bewijs werd 'geframed' als doorslaggevend", aldus Janssen.

'Ze waren bang voor consequenties'

Het belang van de zussen is volgens hem terug te voeren op het FIOD-onderzoek naar de criminele erfenis van de in 2003 doodgeschoten Cor van Hout, waarin Sonja Holleeder om vervolging te ontlopen schikte met de Belastingdienst.

"Ze hebben steeds gezegd dat ze in dat onderzoek hebben moeten liegen om de investeringen van hun broer met het Heineken-geld niet in gevaar te brengen. Daarbij konden ze uiteindelijk niet anders dan hun broer afschilderen als monster."

Volgens Janssen hebben de zussen in het onderzoek - waarin ook Astrid Holleeder verdachte was - uiteindelijk niet gelogen uit angst voor hun broer, "maar omdat ze bang waren voor de consequenties voor zichzelf". Hij zei ervan overtuigd te zijn dat de criminele erfenis van Van Hout "is weggesluisd".

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft vorige week een levenslange celstraf geëist tegen Holleeder. Justitie ziet voldoende bewijs tegen de man, onder meer door de verklaringen van zijn zussen en de kroongetuigen en de opnames die Astrid Holleeder heeft gemaakt.