Een transcriptie van het gesprek tussen Willem Holleeder en misdaadverslaggever Peter R. de Vries is dinsdag verspreid. Dit zijn de opvallendste uitspraken uit de conversatie die de twee in 2011 hebben gevoerd.

De Vries neemt in 2011 plaats in het kantoor van Stijn Franken, de toenmalige advocaat van Holleeder.

Laatstgenoemde belt naar de advocatentelefoon die niet mag worden afgeluisterd, omdat het om gesprekken tussen een raadsman en een cliënt gaat. Franken geeft de hoorn aan De Vries en het gesprek tussen de twee begint.

Willem Holleeder: "Ik ben bedreigd door mevrouw Ficq (Bénédicte Ficq, red.), de advocaat van Dino Soerel. En die heeft me gezegd dat ik een valse getuigenverklaring af moet leggen, die in principe ten nadele van mezelf is. Ik moest dus van haar zeggen dat ik Willem Endstra heb afgeperst, dat ik dat gedaan heb en daarbij ten onrechte de naam van Dino Soerel erbij gebruikt heb."

Holleeder gaat hierna even door over waarom hij vindt dat hij Endstra niet heeft afgeperst. Zo zegt hij: "Ik had alleen maar geld tegoed." Daarna stelt hij dat Stanley Hillis ook nog geld van de vastgoedmagnaat moest krijgen.

Willem Holleeder: "Ja. Die ouwe. Stanley Hillis, ja. Nou die ouwe had geld tegoed van Endstra. En die wilde dat geld gewoon hebben en die heeft mij daarbij betrokken. Die is bij mij geweest en die zei: 'Luister, ik heb geld tegoed.' Dit en dat zus en zo. Ik heb daar gesprekken over gevoerd en bij die gesprekken is Dino Soerel natuurlijk wel aanwezig geweest, namens die ouwe."

Dit zijn opvallende uitspraken, omdat justitie Holleeder ervan verdenkt een crimineel driemanschap te hebben gevormd met Soerel en Hillis. Overigens heeft zowel Holleeder als Soerel dit ontkend.

In het kort

  • Gesprek tussen Holleeder en De Vries is door advocaten van Soerel verspreid
  • Advocaten van Soerel betwisten dat Holleeder onder druk gezet is
  • Holleeder noemt dat Hillis geld tegoed had van Endstra en dat hij namens hem overlegde met de zakenman
  • Soerel is hier volgens Holleeder ook bij geweest
  • Justitie ziet Holleeder, Hillis en Soerel als crimineel driemanschap

Holleeder zegt bedreigd te zijn

Het gesprek tussen de twee vordert en Holleeder praat verder over de kwestie met advocaat Ficq, die hij als een "bedreiging" ervaart.

Peter R. de Vries: "Maar eh wacht even Willem, want anders snap ik het niet. Bénédicte Ficq heeft iemand benaderd die jij kent en die heeft een boodschap doorgegeven. Moet ik dat zo zien?"

Willem Holleeder: "Zo moet je het zien."

(...)

Willem Holleeder: "Ze zei dat ik moest gaan verklaren dat ik Willem Endstra had afgeperst en dat ik de naam van Dino Soerel had misbruikt. En dat ik dat moest doen."

(...)

Willem Holleeder: "Dat is een bedreiging: 'Het is geen optie, je moet dat doen.' lk weet dat het een bedreiging is."

Holleeder schetst dat hij zich onder druk gezet voelt om ontlastend te verklaren over Soerel. Dit wordt in de persverklaring van dinsdag van het advocatenkantoor Ficq & Partners nog eens stevig ontkend. Er wordt gesteld dat het gesprek een "spel" van Holleeder is.

'Beschieting Bunker was voor mij bedoeld'

Op een later moment in het gesprek noemt Holleeder dat hij in 2007 bedreigd is. In dat jaar staat hij terecht voor het afpersen van Endstra. In het gesprek met de misdaadverslaggever zegt Holleeder dat hem toen is gevraagd om de naam van Soerel niet te noemen.

Willem Holleeder: "Kijk Peter, ik zal je een voorbeeldje geven. Want mensen denken allemaal: ja makkelijk praten dit en dat. Maar ik heb een keer zo'n gesprek - zoals ik nu doe - met John van den Heuvel gevoerd. En dat is een keer uitgezonden op tv en daar heb ik gezegd: 'Luister, als ik voorkom dan ga ík de waarheid zeggen.'"

Op de eerste zittingsdag tegen Holleeder in 2007 wordt de Bunker, de zwaarbeveiligde rechtbank in Amsterdam, beschoten met een raketwerper.

Willem Holleeder: "Kun je je het nog herinneren? Je weet wat er gebeurd is, de eerste dag van het proces?"

Peter R. de Vries: "Ja, toen is de Bunker beschoten. Had dat daarmee te maken?"

Willem Holleeder: "Ja, dat heeft daarmee te maken, Peter."

Peter R. de Vries: "Meen je dat?"

Willem Holleeder: "Ja. Tuurlijk."

Peter R. de Vries: "Dat was een signaal aan jou, van kop dicht."

Willem Holleeder: "Dat ik m'n kop moest houden. Dat is me toen ook kenbaar gemaakt: 'Wel je kop houden, hè.'"

Peter R. de Vries: "En uit welke hoek kwam dat dan?"

Willem Holleeder: "Ga ik ook niet zeggen, Peet."