De advocaten van Willem Holleeder hebben maandag een verzoek ingediend om informatie uit verklaringen van informanten te kunnen inzien. Het gaat om verklaringen die zijn binnengekomen bij het Team Criminele Inlichtingen (TCI). De informatie kan mogelijk ontlastend zijn voor Holleeder.

Het gaat om informatie over Stanley Hillis en zijn eventuele betrokkenheid bij liquidaties en afpersingen in de periode van 1999 tot en met 2007. 

Het verzoek werd gedaan in het bijzijn van TCI-officier van justitie Betty Wind. Zij kwam maandag onverwachts getuigen in de strafzaak tegen Holleeder.

Het verschijnen van Wind had alles te maken met een eerder verzoek van de verdediging. Zij zeggen over informatie te beschikken waaruit blijkt dat een getuige zich na de moord op Kees Houtman (2005) heeft gemeld bij het TCI. Deze persoon zou hebben verklaard dat Houtman een conflict had met de in 2011 geliquideerde crimineel Hillis.

Dit is volgens de verdediging ontlastende informatie en de advocaten van Holleeder wilden hierover kunnen beschikken. Het Openbaar Ministerie (OM) zei dit echter niet te kunnen regelen, omdat het TCI de identiteit van informanten geheimhoudt. Ook kan de inhoud van het gesprek volgens justitie niet zomaar verstrekt worden. 

Voor Holleeder voelde dit als het bewust tegenwerken van "zijn persoon". Hij zei het gevoel te hebben dat het oordeel al vaststaat.

Geen aanwijzingen voor bewust achterhouden ontlastende informatie

Wind verduidelijkte maandag dat er geen enkele aanwijzing is dat er bewust ontlastende verklaringen "in de kluis zijn beland". "Men moet goed begrijpen dat verklaringen van informanten een belangrijk onderdeel zijn van de bestrijding van criminaliteit en dat mensen die zich melden ervan uitgaan dat ze anoniem blijven", aldus de TCI-officier.

"Of de getuige waar de verdediging over spreekt met het TCI heeft gesproken, kan ik dus niet zeggen en daarmee ook niets over de inhoud van de eventuele verklaring. Alleen een algemene mededeling dat, als dit belangrijke informatie zou zijn, het overhandigd zou zijn aan het onderzoeksteam." 

Janssen benadrukt belang van inzage

Sander Janssen, de advocaat van Holleeder, hamerde er maandag nog maar eens op waarom dit zo belangrijk voor zijn cliënt is. Uit het betreffende gesprek, maar mogelijk ook uit andere informatie, zou kunnen blijken dat de rol van Holleeder anders was dan het OM nu schetst. 

Holleeder zou volgens hem niet degene zijn die moorden aanstuurde, maar juist Hillis of Dino Soerel. "Dat beeld komt steeds meer naar voren uit ons eigen onderzoek", vulde Janssen hierop aan. 

Daarom diende de advocaat een verzoek in tot het mogen inzien van informatie die door informanten aan het TCI is verstrekt. Wind liet al weten bereid te zijn hieraan mee te werken als de rechtbank haar hier de opdracht voor zou geven. Maar het is volgens haar wel "een hoop werk". "Ik kan niet beloven alles te kunnen verstrekken vanwege de geheimhouding", aldus de officier.

Verdenking van lidmaatschap criminele organisatie behandeld

De rechtbank zal in de week van 19 november een beslissing nemen. Dan wordt ook de verdenking van lidmaatschap van een criminele organisatie tegen Holleeder besproken. Tot die tijd zijn er geen zittingen meer in de zaak-Holleeder.

Het OM heeft al laten weten ervan overtuigd te zijn dat Holleeder samen met Soerel en Hillis een zogenoemd driemanschap vormde.