Willem Holleeder heeft vrijdag voor het eerst in zijn proces een beroep gedaan op zijn zwijgrecht. In de rechtbank werd hem zijn eigen handgeschreven brief voorgehouden en de uitwerking van een geheime opname van Sonja Holleeder.

De inhoud van de brief aan Peter R. de Vries en de opname kwamen al eerder aan bod in dit proces, maar er was nog geen moment geweest om Holleeder hierover te ondervragen.

In de brief die Holleeder in 2011 heeft geschreven, staat dat de toenmalige advocaat van Dino Soerel, Bénédicte Ficq, hem onder druk heeft gezet om tegen de waarheid in ontlastend te verklaren.

Soerel stond destijds terecht in het liquidatieproces Passage waar hem onder andere deelname aan een criminele organisatie werd verweten.

Holleeder werd in dat proces opgeroepen als getuige. Naar eigen zeggen heeft Ficq gezegd dat hij moest verklaren dat Soerel niet betrokken was bij de bedreiging van Willem Endstra in 2002. Volgens Holleeder was dit wel het geval.

Ficq ontkent ten stelligste Holleeder onder druk te hebben gezet. Zij zegt alleen de toenmalige advoaat van Holleeder, Stijn Franken, op de hoogte te hebben gebracht dat ze Holleeder als getuige ging oproepen.

Zwijgrecht

Holleeder verscheen ook als getuige tijdens het Passageproces, maar beriep zich op zijn zwijgrecht. Ook vrijdag wilde hij niet ingaan op vragen van de rechter. Hij had in de brief De Vries ook expliciet geschreven dat deze vertrouwelijk moest blijven en alleen openbaar mocht worden gemaakt als hij zou komen te overlijden.

De inhoud van de brief is volgens het Openbaar Ministerie (OM) erg belastend, omdat hieruit zou blijken dat er sprake zou zijn van een criminele samenwerking tussen Holleeder en Soerel. Iets dat Holleeder altijd heeft ontkend. 

"En ik heb nog veel meer vragen", aldus officier van justitie Lars Stempher. "Maar die ga ik meneer Holleeder nu niet voorleggen, want hij zwijgt toch."

Opname

Wat Stempher nog wel voorhield, was de uitwerking van een geheime opname van een gesprek tussen Sonja Holleeder en crimineel Ariën K. De man vertelt daarin uitgebreid dat Holleeder en Soerel bij elkaar hoorden als het ging om criminele activiteiten.

K. zegt daarnaast ook te weten dat de mannen die Cor van Hout hebben vermoord tot de groep behoorden die voor Soerel en Holleeder werkte. Hij trekt de conclusie dat Holleeder wist van de opdracht voor de liquidatie of deze zelf heeft gegeven.

Holleeder herhaalde desgevraagd zijn eerdere woorden: "Zwijgrecht." "Maar dit gaat over de moord op Van Hout", benadrukt Stempher. "Het zal later dit proces nog wel duidelijk worden, maar ik blijf nu helemaal bij dit stuk vandaan", zegt Holleeder.