Holleeder doet doodsbedreigingen tegen zus af als 'ik zei maar wat'

Willem Holleeder heeft de ernstige doodsbedreigingen aan het adres van zijn zus Sonja en haar kinderen dinsdag afgedaan als loze woorden. "Ik meende niet wat ik zei", legt hij uit.

Lees alle ontwikkelingen over de rechtszaak in ons liveblog.

De rechtbank van Amsterdam besprak op de vijfde zittingsdag in het proces tegen Willem Holleeder onderdelen van de uitwerkingen van de geheime opnamen van gesprekken tussen de zussen Sonja en Astrid en hun broer.

In een van die gesprekken laat Holleeder aan Astrid weten dat hij Sonja's kaak en neus zal breken als zij niet luistert, om daar later aan toe te voegen dat hij haar dood zal slaan. Op een ander moment zegt hij Sonja 'à la minute' dood te schieten als hij geen geld krijgt voor de film over de Heineken-ontvoering.

Holleeder vond dat hij recht had op een deel van de opbrengsten van de film. Sonja zou als weduwe van mede-ontvoerder Cor van Hout (2003), beschikken over dat geld. 

Vermoorden

Holleeder verklaarde zijn dreigementen als: "Ik zeg maar wat. Ik verzin het op dat moment". De rechtbank wees hem erop dat zijn woorden heel dreigend overkomen. "Het klinkt alsof u haar gaat vermoorden", aldus de rechter.

"Hoezo vermoorden?" reageerde Holleeder. "Ik dreig, maar aan het einde van het verhaal zeg ik: maak je niet druk het is over".

Op de vraag waarom hij dan toch dit soort dreigementen uit, laat hij weten dat hij ook niet meer weet waarom hij het zei. "Als ik boos ben, zeg ik dingen". Het was volgens hem niet correct, maar hij benadrukt dat hij niks heeft ondernomen of überhaupt plannen heeft gehad om vervolg te geven aan zijn woorden.

Zoon

Holleeder uitte ook dreigementen tegenover de zoon en dochter van Sonja,, als het geld van de film niet zou worden betaald. "Die schiet ik als eerste dood", zegt Holleeder in een van de opnamen over haar zoon Richie.

Ook Astrid krijgt het zwaar te verduren. "Als je me op je af ziet stormen met dat ding (pistool red.), is het te laat", bijt Holleeder haar in een gesprek toe. Hij geeft toe erg boos te zijn geweest op dat moment, maar stelt dit tegen Astrid gezegd te hebben om haar onder druk te zetten. "Ik heb niet eens een wapen."

Holleeder liet eerder al weten dat hij de boel niet vertrouwde en dat hij daarom druk ging uitvoeren op zijn zussen zodat ze de waarheid tegen hem zouden spreken. Hij deed dat met dreigementen. Hij zegt achteraf gelijk te hebben gekregen, omdat ze sinds 2014 verklaringen aan het afleggen waren bij de politie.

Holleeder had op momenten zichtbaar moeite om zijn woorden uit te leggen aan de rechtbank. Volgens hem moeten ze ook worden gezien in de context van hoe hij en zijn zussen met elkaar spraken.

"We komen uit één nest en zo zijn alle vogeltjes gebekt", legde hij uit. Hij staat overigens niet terecht voor deze bedreigingen.

Liquidaties

Hij wees de rechtbank erop dat zijn zussen hem ook hebben geprovoceerd en dat ze hem uitspraken wilden ontlokken om hem te belasten. "Ze koppelen mij aan liquidaties door mijn woorden, maar dat klopt niet", vult hij aan. Hij doelt onder andere op zijn woorden: "Ik dreig niet, ik doe". Het zou hier gaan om "klappen uitdelen". 

De rechtbank zal op een later moment uitgebreider ingaan op de opnamen. Veel van deze gesprekken moeten ook nog worden uitgehoord. Maandag gaat de zaak tegen Holleeder weer verder. Dan zal zijn zus Sonja getuigen in de rechtbank.

Lees meer over:
Tip de redactie