Volgens een van de advocaten van Willem Holleeder, Sander Janssen, zijn er geen harde bewijzen voor de betrokkenheid van zijn cliënt bij de liquidaties waarvan hij wordt verdacht. Dat werd maandag duidelijk op de eerste dag van het proces tegen Holleeder in Amsterdam.

Volg de ontwikkelingen in het proces in ons liveblog

Zijn betrokkenheid bij de moorden zou door het Openbaar Ministerie worden verondersteld op basis van de "toen heersende verhoudingen en conflicten in het criminele milieu", aldus Janssen.

De advocaat doelt op de vermeende ruzies tussen Holleeder, Cor van Hout, John Mieremet, Willem Endstra, Kees Houtman en Thomas van der Bijl. Volgens het OM werden deze mannen vermoord door Holleeder omdat ze hem simpelweg in de weg stonden. 

Osdorp eerst

Janssen wijst erop dat er volgens hem geen enkel afgeluisterd telefoongesprek is waarin hij opdracht zou geven voor deze liquidaties. "De enige koppeling is de befaamde uitspraak 'Osdorp eerst' die Holleeder zou hebben gedaan volgens kroongetuige Peter la Serpe", verduidelijkt Janssen. 

Volgens La Serpe deed Holleeder deze uitspraak in zijn bijzijn, zo'n tien dagen voor de moord op Houtman. La Serpe heeft bekend een van de schutters te zijn die Houtman heeft doodgeschoten. Met de woorden 'Osdorp eerst' zou Holleeder hebben benadrukt dat Kees Houtman als eerste moest worden gedood. Houtman woonde in de Amsterdamse wijk Osdorp.

Janssen wijst erop dat in het criminele milieu vele partijen en conflicten waren en dat de moorden dus niet zomaar aan Holleeder gekoppeld kunnen worden. Om dit te ondersteunen liet hij de aanslagen en liquidaties tussen 1996 (moordpoging Van Hout) en 2011 op criminelen zien.

Status

Het OM denkt hier logischerwijs volstrekt anders over. In hun openingsverklaring lieten de officieren van justitie weten dat uit het onderzoeksdossier is gebleken dat het eigen belang van Holleeder altijd vooropstond. Dat hij uit was op geld, macht en status en dat hij iedereen liet uitschakelen die hem in de weg stond. 

Ze benadrukken dat ze beschikken over vele getuigenverklaringen, waaronder die van de zussen van Holleeder en kroongetuigen La Serpe en Fred Ros, over de moorden die kunnen worden onderbouwd met harde bewijzen.

In hun openingsverklaring lieten de officieren van justitie weten dat Holleeder een "ordinaire ontvoerder, een afperser en in hun opinie een kille moordenaar" is. "Met deze rechtszaak willen wij beginnen met het demythologiseren van de 'knuffelcrimineel'".

De verklaringen die Holleeder voorafgaande aan de inhoudelijke behandeling van de zaak heeft afgelegd zijn volgens het OM leugenachtig en moeten die met de nodige scepsis worden benaderd.

Peter R. de Vries

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries, als journalist aanwezig, mag het strafproces niet verder bijwonen. De Vries is getuige in de strafzaak en wordt in april gehoord. De rechtbank wil niet dat getuigen in de zaak aanwezig zijn op de momenten dat Holleeder zelf wordt gehoord.