De prestaties van actieve beleggingsfondsen die eigenlijk stiekem de index volgen, zogeheten indexknuffelaars, zijn vaak zwak.

Dat blijkt uit een groot onderzoek van onderzoeksbureau Morningstar.

Actieve beleggingsfondsen beloven hun benchmark, bijvoorbeeld de Amsterdamse AEX-index, te verslaan. Om die belofte waar te maken dienen ze actief op zoek te gaan naar beleggingen die een hoger rendement opleveren dan het slaafs volgen van een index.

De belegger betaalt immers een vergoeding voor het actieve beheer van zijn geld en daar hoort natuurlijk ook wat tegenover te staan.

Hoe actief?

Om de mate van activiteit van een actief beleggingsfonds te meten gebruikt Morningstar het concept 'active share'. Dit concept werd in 2006 ontwikkeld door de toenmalige academici Martijn Cremers en Antti Petäjistö en won snel aan populariteit binnen de beleggingswereld.

Via de active share-methode wordt gemeten hoeveel de posities in een portefeuille afwijken van die in de benchmark. Hoe hoger de score, hoe actiever het fonds beheerd wordt.

De score wordt berekend door een actief beheerde aandelenportefeuille te verdelen in twee componenten: het passieve deel dat bestaat uit posities die samenvallen met de benchmark en het actieve deel dat afwijkt van de index.

In het uiterste geval heeft een portefeuille een active share score van 100 procent en dus geen enkele overlap met de index, terwijl een portefeuille met een score van 0 procent identiek is aan de benchmark.

Grens

Een belangrijke doorbraak van active share-methode was de mogelijkheid om te laten zien welke fondsen stiekeme indexknuffelaars zijn. Dat zijn de fondsen met zeer beperkte actieve posities waardoor ze weinig kans hebben om hun benchmark te verslaan na aftrek van kosten.

De grens tussen actief beheer en stiekeme indexknuffelaars werd door Cremers en Petäjistö getrokken bij een score van 60 procent.

De nieuwe studie van Morningstar laat zien dat ongeveer 20 procent van de fondsen die beleggen in aandelen van grote Europese bedrijven onder die grens zit.

Slechte prestaties

Uit het onderzoek van Morningstar blijkt verder dat in de vijfjaarsperiode, die eindigde in juni 2015, de indexknuffelaars tot de zwakker presterende beleggingsfondsen hoorden.

Relatief gezien kwamen de betere prestaties van 'gematigd actieve fondsen'  en zogenoemde  'stock pickers'. Die laatste stijl definieert Morningstar als de keuze voor een aandelenportefeuille die duidelijk afwijkt van de index, maar wel een brede spreiding kent. Daar komt bij dat de schommeling van het verschil in rendement tussen het fonds en de index vrij laag is.