Aandelenbeleggers zijn de afgelopen twaalf maanden massaal gevlucht uit opkomende markten. Dat komt mede door kuddegedrag.

Opkomende markten vormen een brede beleggingscategorie: van Aziatische reuzen als China en India, en grondstoflanden uit Afrika, tot Brazilië en Rusland.

De zorgen over de groeivertraging van de Chinese economie zijn gepaard gegaan met een brede vlucht van beleggers uit aandelenmarkten in opkomende landen.

Voor dit jaar bedraagt het verlies van de brede MSCI Emerging Markets-index een kleine drie procent, maar in de afgelopen twaalf maanden is deze index bijna 20 procent gezakt, gemeten in euro's.

Toch zijn er genoeg kansen in opkomende landen voor beleggers, stelt fondsmanager Sammy Suzuki van vermogensadviseur AB in een blog. Maar dan moeten beleggers wel bepaalde mythes negeren. Vier voorbeelden.

1)Chinese overheid bepaalt

China was jarenlang een groeikanon, mede doordat de overheid zwaar investeerde in infrastructuur (transport, gebouwen). Het oude groeimodel staat echter onder druk en China probeert een omslag te maken naar een meer op diensten en binnenlandse consumptie gericht groeimodel.

Sommige beleggers vrezen dat China niet meer interessant is als de economie niet zeven procent per jaar, maar slechts vier of drie procent per jaar groeit. Dat is echter nog steeds indrukwekkend, stelt beleggingsexpert Suzuki.

De kunst is om naar nieuwe bronnen van groei te kijken in China. Denk aan mobiele abonnementen, internet shoppen, uitgaven aan filmbezoek en buitenlands toerisme. Daar is spectaculaire groei te verwachten in China.

2)Grondstoffen dominant

Met de tanende groei van China's honger naar grondstoffen, lijkt een einde te komen aan een ongekende bloeiperiode voor producenten van olie, ijzererts, koper enzovoorts.

De daling van grondstoffenprijzen is pijnlijk voor landen die voornamelijk grondstofexporteur zijn. Maar er zijn ook veel opkomende economieën die kunnen profiteren. Het relatief grondstofarme India heeft bijvoorbeeld baat bij goedkopere grondstoffen.

Een ander aspect is het opschuiven van China in de economische waardeketen. Als China andere bronnen van groei krijgt dan lage lonen en export, hebben landen als Vietnam, Mexico en Polen daar voordeel van. Die kunnen hun positie als industriële toeleverancier versterken.

3)Sterke dollar slecht 

Veel opkomende landen hebben de afgelopen jaren last gehad van valuta die zijn gedaald tegenover de dollar. Het risico hiervan is dat importen duurder worden en de binnenlandse inflatie sterk stijgt. Maar dat is niet het enige effect.

Voor bedrijven die lokaal produceren en exporteren naar ontwikkelde landen is een goedkope munt positief.

Zo heeft de Braziliaanse vliegtuigbouwer Embraer baat bij de verzwakking van de Braziliaanse munt, omdat die Embraers concurrentiepositie versterkt, aldus beleggingsspecialist Suzuki.

4)Beleg lokaal 

Moet je aandelen van bedrijven in opkomende landen hebben om te profiteren van de groei aldaar? Niet altijd, zegt Suzuki.

Zo heb je als bierbelegger de mogelijkheid om de in Brazilië genoteerde brouwer Ambev te kopen.

Maar je kunt ook het aandeel van moederbedrijf Anheuser Busch Inbev nemen, de grootste brouwer ter wereld die op het punt staat het de nummer twee SABMiller in te lijven.

Vanuit het oogpunt van spreiding is het volgens portfoliomanager Suzuki wellicht handiger om voor het moederbedrijf te kiezen: dan beleg je niet alleen in de Braziliaanse biermarkt, maar in een mondiaal bierconcern met sterke posities in een reeks opkomende markten.