Ooit waren bedrijven in de steenkoolindustrie miljarden waard, maar in korte tijd werden ze bijna waardeloos. Oliemaatschappijen kan hetzelfde overkomen, denkt analist Patrick Beijersbergen.

Het kan snel gaan met reputaties. Zo ben je hoeksteen van een beleggingsportefeuille en zo ben je het Feyenoord van de beurs.

Van de dertig grootste Nederlandse bedrijven heeft nu alleen de NS nog een slechtere reputatie dan Shell. Ben van Beurdens opmerking ‘ik pomp alles op wat ik kan’ was geen briljante marketing.

Beleggersblad Effect, dat afgelopen vrijdag verscheen, stond helemaal in het teken van fossiele brandstoffen. Een meerderheid van de lezers van het magazine van de Vereniging van Effectenbezitters gelooft dat Shell er verstandig aan heeft gedaan BG over te nemen.

Een enkeling gelooft dat Shell een soort ‘quitte of dubbel’ speelt met het geld van de aandeelhouders als inzet.

Oliebubbel?

Een artikel over de steenkoolindustrie toont hoe snel het mis kan gaan. Daar zijn bedrijven die op de beurs vele miljarden waard waren, in korte tijd zo goed als waardeloos geworden.

Moeten we nog in oliemaatschappijen beleggen? Misschien in de minst riskante.

Het Franse Total lijkt wat duurzamer, het heeft een meerderheidsbelang in de Amerikaanse zonnecelbouwer SunPower.

Maar de olieprijs kan ook weer oplopen, in ieder geval tijdelijk. Dan moet je juist Shell hebben. Wie het weet mag het zeggen.

Misschien is het meest zorgwekkende omen nog wel te vinden in de persberichten bij de jaarcijfers van banken, die net zijn bijgekomen van de vorige crisis.

Banken melden nu steevast dat het wel meevalt met de blootstelling aan de olie-industrie. Precies wat in 2007 werd gezegd over de blootstelling aan de subprime-hypotheekleningen. Dat zou ook wel loslopen.

Het zou best een bubbel kunnen zijn geworden, die hele olie-industrie.

Z24-columnist Patrick Beijersbergen is beleggingsanalist en auteur van het boek ’Beleggen kun je zelf. Tips & Tricks 2016'. De auteur bezit aandelen Shell.