De jaarlijkse aangifte voor de inkomstenbelasting komt weer dichterbij. Dat betekent ook voor beleggers de nodige rompslomp.

Spaargeld en beleggingen worden voor de inkomstenbelasting in box 3 belast. Daar geldt een effectieve heffing van 1,2 procent.

De heffing van 1,2 procent in box 3 is gebaseerd op het fictieve rendement van 4 procent dat belast wordt tegen 30 procent.

Wel is er een heffingsvrij vermogen van 21.330 euro per persoon. Pas boven dat bedrag wordt vermogen belast. Voor fiscale partners geldt een dubbele vrijstelling.

Beleggingen box 3

Wat moet je naast spaargeld zoal opgeven in box 3?

- Beursgenoteerde effecten (aandelen, obligaties, opties en dergelijke). Voor aandelen gaat het om belangen van minder dan 5 procent in bedrijven.

Bij een belang van 5 procent of meer gaat het om een 'aanmerkelijk belang' en dat valt onder Box 2 van de inkomstenbelasting.

Voor de waardebepaling in box 3 geldt de waarde van effecten per 1 januari van het belastingjaar 2015. In het geval van beursgenoteerde effecten gaat het om de slotnotering op de laatste beursdag van 2014.

- Leningen aan bijvoorbeeld startende ondernemers tellen mee in box 3 als belegging in durfkapitaal. Wie vóór 1 januari 2011 geld heeft geleend aan een startende ondernemer en die lening deels heeft kwijtgescholden, kan mogelijk gebruik maken van een overgangsregeling voor fiscale aftrek.

- Personeelsopties moeten ook worden opgegeven. Wie twijfelt over de waarde, kan navraag doen bij zijn werkgever of een deskundige inschakelen.

- Niet-beursgenoteerde beleggingen vallen eveneens in box 3. Hierbij kunnen verschillende waarderingsmethodes worden gebruikt, waarbij al snel een accountant of bedrijfstaxateur van pas komt.

Groene belegging

Groene beleggingen zijn vrijgesteld tot een bedrag van 56.928 euro per persoon. Fiscale partners hebben een dubbele vrijstelling.

Daar bovenop is er nog een extra heffingskorting (bedrag dat je in mindering mag brengen op de te betalen belasting) van 0,7 procent van het vrijgestelde groene vermogen.

Dividend

Een vaak complexe kwestie is de aangifte van dividenden.

Voor Nederlandse aandelen geldt dat, indien er al dividendbelasting is ingehouden, je de betaalde dividendbelasting bij de aangifte voor de inkomstenbelasting mag opgeven als aftrekpost. Dit om dubbele belasting te voorkomen.

Voor dividendbelasting die in het buitenland is betaald voor het bezit van buitenlandse aandelen, geldt dat je daarvan bij de aangifte in Nederland een deel kunt terugclaimen.

Een en ander hangt af van belastingverdragen tussen Nederland en andere landen, waarbij vaak een maximum van 15 procent voor de Nederlandse dividendbelasting is afgesproken.

Deze uitgebreide uitleg op de site beursbink laat stapsgewijs zien waar je op moet letten bij de aangifte van buitenlandse dividenden.