Klimt de olieprijs dit jaar weer naar 50 dollar per vat of zakt de olieprijs juist verder weg? Voorspellingen genoeg, maar geen enkele expert heeft de waarheid in pacht.

De olieprijs krabbelt vanaf het huidige niveau van 34 dollar per vat eind dit jaar op, naar een niveau van iets meer dan 50 dollar, zo stelden analisten afgelopen week in een peiling van persbureau Reuters.

Of het herstel van de olieprijs in een rechte lijn gaat, is allerminst zeker.

Zo houdt marktexpert James Barrineau van vermogensbeheerder Schroders rekening met een verdere val van de olieprijs naar 20 dollar. Dat zou nodig zijn om olieproducenten met hogere kosten te dwingen het aanbod van olie te verminderen. Pas dan kan de prijs herstellen.

Een voorspelling voor de langere termijn kwam maandag van de baas van Vitol, de grootste oliehandelaar ter wereld. Topman Ian Taylor gaf tegenover persbureau Bloomberg aan voor de komende 10 jaar te rekenen op een olieprijs tussen de 40 en 60 dollar per vat.

Dat laatste zou knap vervelend zijn voor olie- en gasconcerns zoals Shell. In januari 2015 gaf Shell-topman Ben van Beurden nog aan voor de langere termijn te rekenen op olieprijzen tussen de 70 en 110 dollar per vat. Een deel van de beoogde projecten van Shell is alleen bij dergelijke prijzen rendabel.

Olieprijs

Bij alle prognoses past wel een belangrijke kanttekening: olieprijzen blijken extreem lastig te voorspellen. Economen Christiane Baumeister en Lutz Kilian leggen op discussiesite Vox uit waarom.

Om te beginnen, zo stellen de twee economen, zijn er grofweg vier groepen die verwachtingen hebben over olieprijzen.

Zo denken consumenten doorgaans dat olieprijzen - of beter: prijzen van afgeleide producten zoals benzine en diesel - simpelweg meebewegen met de algemene inflatie.

Daarnaast heb je centrale bankiers, die in hun modellen voor de korte termijn kijken naar de prijzen van termijncontracten voor toekomstige levering van olie.

Dan heb je handelaren en analisten die de oliemarkt volgen. Die kijken niet alleen naar de prijzen van termijncontracten, maar ook naar factoren zoals de politieke stabiliteit in het Midden-Oosten en de vooruitzichten voor nieuwe vondsten van olie.

Tot slot heb je economen die kijken naar brede maatstaven van vraag en aanbod op de oliemarkt, de historische prijsontwikkeling en economische conjunctuurcycli.

Vraagteken

Statistisch kun je aantonen dat consumenten de slechtste voorspellers zijn van olieprijzen, gevolgd door centrale bankiers. Dan komen handelaren en andere marktpartijen. De beste voorspellers zijn onafhankelijke economen, zo stellen onderzoekers Baumeister en Kilian op Vox.

Toch zitten ook de beste voorspellers er heel vaak naast, constateren de onderzoekers. Hoe dat komt? Dat is eigenlijk vrij simpel. De onderliggende factoren die de ontwikkeling van de olieprijs bepalen, zijn zelf niet goed te voorspellen.

Hoe zwak of sterk is de Chinese economie echt? Hoe stabiel is de monarchie in Saudi-Arabië? Hoelang kunnen Amerikaanse schalie-olieproducenten het uithouden bij lage olieprijzen, voordat ze omvallen?

Zolang er geen precieze antwoorden zijn op dergelijke vragen, blijft de olieprijs een groot vraagteken.