In het voorjaar geven veel mensen hun huis een schoon- of opruimbeurt. Hoe fijn het ook is om alles wat je niet langer gebruikt weg te doen, weggooien is soms lastig. Hoe kun je daar toch afscheid van nemen? NU.nl vraagt het aan opruimcoach Lammy Wolfslag en psychiater Nienke Vulink.

Volgens Lammy Wolfslag zijn er twee soorten spullen die mensen moeilijk loslaten: "Spullen uit het verleden en spullen voor in de toekomst. Bij die eerste categorie kun je denken aan een cadeau. Dat heeft emotionele waarde omdat er een mooie herinnering aan vastzit. Spullen voor in de toekomst zijn de dingen die je bewaart omdat je denkt dat je er ooit nog iets mee gaat doen."

Volgens Wolfslag geven dit soort spullen je geen goed gevoel. Met haar bedrijf Mijn Opruimcoach adviseert ze mensen om zich niet te richten op het verleden of de toekomst, maar op het heden: "Heb je te veel spullen, dan kunnen ze je emotioneel of letterlijk in de weg gaan zitten. Als je dat merkt, wordt het tijd om er iets aan te doen."

Spullen maken je to-dolijst alleen maar langer

Hoe merk je of spullen in de weg zitten? "Wanneer je naar je spullen kijkt en je kunt geen onderscheid meer maken tussen wat je om sentimentele redenen hebt en wat gewoon spullen zijn. Je durft geen beslissingen meer te nemen en bestempelt alles als even belangrijk. Zelfs dingen die herinneren aan gebeurtenissen die niet prettig waren, bewaar je dan. Spullen waar je in de toekomst nog iets mee wilt, kunnen een soort dwang opleggen. Veel mensen hebben het al heel druk, en die spullen maken de to-dolijst in hun hoofd alleen maar langer."

“Vaak heb je geen spullen nodig om je iets te herinneren, een foto ervan is genoeg.”
Lammy Wolfslag, opruimcoach

In beide gevallen maak je het jezelf alleen maar lastig, zegt Wolfslag. "Bedenk een andere manier om je iets te herinneren. Vaak heb je de spullen helemaal niet nodig. Een foto van het object nemen is vaak al genoeg."

Ook kaartjes of cadeautjes hoef je niet eeuwig te bewaren. Schuldgevoel hoef je echt niet te hebben als je die weggooit of weggeeft. "Denk je dat de persoon die jou het cadeau gaf, wil dat je zijn cadeau als een last ervaart? Of denk je dat hij het fijner vindt als je er iemand anders blij mee maakt?"

Je kunt jezelf trainen in opruimen en loslaten

Dat loslaten kun je trainen, zegt Wolfslag. "Ik noem het de 'loslaatspier'. Begin niet meteen met de zolder of de kelder, want dat zijn vaak de plekken waar de moeilijkste uitgestelde beslissingen liggen. Probeer eerst de keuken, de kasten of de schuur. En neem daarna even de tijd om te reflecteren. Mis je wat je hebt weggegooid na een paar weken, of is het oké? Zo bouw je het langzaam op."

Als je last ondervindt van het loslaten van spullen, kun je spreken van een hoarding disorder of verzamelstoornis. Psychiater Nienke Vulink begeleidt mensen met deze stoornis vanuit het Amsterdam Medisch Centrum. "Het is normaal voor mensen om dingen te verzamelen. Spullen krijgen snel een emotionele waarde en dan hebben we moeite om ze weg te doen. Maar als die angst te groot wordt, kan het verkeerd gaan. Mensen met een verzamelstoornis zijn bang dat als zij hun spullen wegdoen, zij letterlijk hun herinneringen verliezen."

Een ander veelvoorkomend probleem is de spullen menselijke eigenschappen toeschrijven: "Ik had een patiënt die moeite had met lege melkpakken weggooien, want dat was toch zielig? Dan lag dat pak daar helemaal alleen in de prullenbak."

In haar praktijk vraagt Vulink vaak mensen om heel bewust naar hun spullen te kijken. "Ik vraag ze hun bezittingen mee te nemen, en dan een indeling te maken. Wat wil je absoluut houden, wat mag misschien weg en wat mag zeker weg? Daarna vraag ik ze wat hun argumenten zijn voor die keuze. Als je daarover in gesprek gaat, komen ze vaak zelf tot het inzicht dat iets weg mag."