De ene na de andere energieleverancier gaat failliet, al zijn het tot nog toe kleine onbekende bedrijven. Toezichthouder ACM zou bij het verlenen van de vergunningen meer informatie moeten kunnen opvragen om die met klanten te delen, vindt Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie.

De groene energieleverancier FENOR is nummer vijf in het rijtje met Nederlandse faillissementen sinds de energiecrisis die werden veroorzaakt door de prijsexplosie van met name gas op de wereldmarkt.

De 36.000 klanten van het bedrijf krijgen nog tot zeker 13 januari energie van het bedrijf. Daarna komen ze automatisch bij een andere leverancier terecht, waarbij ze een hoger tarief gaan betalen. Eerder ging dat al zo met klanten van Welkom Energie, Anode Energie, Enstroga en SEPA.

Mulder, als hoogleraar verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, is al 25 jaar betrokken bij de ontwikkelingen op de energiemarkt en heeft z'n bedenkingen. Waar hij in ieder geval niet in meegaat, is de oproep om van de energiemarkt weer een overheidsdienst te maken. "Klanten profiteren van lagere prijzen, er is meer innovatie en zaken zijn beter geregeld dan vóór de liberalisering. Maar het financieel toezicht kan beter, hebben we nu wel geleerd."

Splitsing energiebedrijven en toetreding nieuwe leveranciers

Sinds 2004 mogen nieuwe energieaanbieders zich op de Nederlandse markt manifesteren. Omdat die geen schijn van kans maakten tegenover energiereuzen als Essent, Eneco en destijds NUON (nu Vattenfall), heeft de Europese Commissie erop aangedrongen de bedrijven te splitsen.

"Het komt erop neer dat netbeheerders niet meer actief mogen zijn in de handel", blikt Mulder terug op de periode 2006-2007. "Na die splitsing werd het voor commerciële partijen beter mogelijk om energie op te kopen en aan eigen klanten te verkopen. Eigenlijk niets anders dan wat winkeliers doen. Middels prijsprikkels en met een vergunningensysteem is de markt wel sterk gereguleerd."

Dat de energieprijzen destijds lager of stabieler waren dan nu, heeft volgens Mulder weinig met het systeem te maken. "Vijftien jaar geleden was brood ook goedkoper dan nu. We zitten in een energiecrisis door de hoge gasprijzen, veroorzaakt door de lockdowns en daarna aantrekkende economieën. Wat wél blijkt is dat het lastig is om contracten voor één of meer jaren te verstrekken, terwijl je niet voor dezelfde periode inkoopt. De bedrijven die failliet zijn gegaan, hebben de risico's niet goed aangepakt en de toezichthouder heeft te weinig inzicht in de contracten."

“Ik pleit voor een label waaruit blijkt hoeveel risico je neemt met bepaalde contracten. Vergelijk het met hoe wordt gewaarschuwd bij beleggingen of andere financiële producten.”
Machiel Mulder, hoogleraar energie-economie

Ook vanuit prijsvergelijkers klinkt een kritische noot. "Ik vraag me af of we vanuit de ACM niet meer informatie zouden moeten kunnen krijgen, waarmee we klanten kunnen informeren over de risico's", zegt energiedeskundige Joris Kerkhof van Independer. "We weten niet eens hoe de ACM haar toetsing doet. Dat er maar liefst zestig energieaanbieders zijn, zegt misschien ook al wat. Is de markt niet doorgeschoten?"

Wat betreft Mulder wel. "Prijsvergelijkers hebben het overstappen makkelijker gemaakt, maar ieder bedrijf lijkt even betrouwbaar. Dat is niet zo, weten we nu. Ik pleit voor een label waaruit blijkt hoeveel risico je neemt met bepaalde contracten. Vergelijk het met hoe wordt gewaarschuwd bij beleggingen of andere financiële producten. Wil je een lage prijs? Houd dan rekening met het risico dat een bedrijf kan omvallen bij een crisis."

ACM mag bedrijfsinformatie niet delen met buitenwereld

Volgens toezichthouder ACM is bij de liberalisering van de energiemarkt bewust de keuze gemaakt de drempel niet te hoog te maken, zodat bedrijven makkelijk kunnen toetreden tot de markt. "Wij geven een vergunning af na een toets op leveringszekerheid", zegt woordvoerder Tjitte Mastenbroek. "Naar aanleiding van de situatie op de markt wordt er wel gesproken over het aanscherpen van de eisen. Dat is een politieke vraag, omdat het daardoor moeilijker wordt de markt te betreden. Wij kunnen alleen kijken naar de voorwaarden zoals die nu in de wet staan."

Mastenbroek plaatst verder vraagtekens bij het waarschuwen van klanten voor risicovolle situaties bij energieleveranciers. "Ten eerste worden we juridisch belet om bedrijfsinformatie te delen met de buitenwereld. Daarnaast kan het marktverstorend werken als we zeggen: bedrijf X staat er minder goed voor. Juist door die waarschuwing kan een bedrijf in de problemen komen, omdat klanten dan gaan lopen."