Met een groen gazonnetje of een strakke bestrating kun je je weleens ergeren aan de kleine hoopjes zand en modder die links en rechts tevoorschijn komen. Maar dat hovenierswerk van regenwormen is heel nuttig. NU.nl zoekt uit hoe dat zit.

Met hun glibberige, kronkelende lichamen zijn regenwormen misschien niet de mooiste verschijningen in je tuin, maar hun functie moet je zeker niet onderschatten. Uit een studie van Wageningen University & Research blijkt dat gewasopbrengst met 25 procent toeneemt dankzij de krioelende diertjes. Handig voor boerenbedrijven, maar ook zeker in je eigen tuin.

"Bodemleven is heel belangrijk voor plantengroei", vertelt veldbodemkundige Mattheijs Pleijter. "Regenwormen vreten zich een weg door de grond heen en zetten zo organische stof om in voedsel voor planten. Wat ze uitscheiden, is een mengsel van die stoffen, grond en lichaamssappen. Samen wordt dat het klontje dat je aan de oppervlakte tegenkomt. Normaal gesproken hebben losse zand- of kleideeltjes geen binding, maar door die kluitjes krijg je een stevigere bodem."

Wormgangen als snelwegen voor plantenwortels

Op die manier blijven de dunne gangetjes van een worm ook op hun plek, wat weer een ander voordeel met zich meebrengt. "Plantenwortels zoeken de weg van de minste weerstand", legt Pleijter uit. "Die wormgangen kunnen daarmee voor planten een soort snelwegen worden om te wortelen. Dat is vooral fijn als ze goed de diepte ingaan."

De veldbodemkundige vervolgt: "Hoe dieper je gaat, hoe dichter de bodem wordt. Dankzij de verticale wormgangen kunnen wortels dichter bij het grondwater komen. Dat betekent dat ze in drogere periodes langer kunnen overleven. Diezelfde gangetjes zorgen er tegelijkertijd voor dat regenwater sneller de grond in zakt, waardoor je aan de oppervlakte ook minder snel last van plassen zult hebben."

Afwateringsproblemen komen uiteraard vaker voor bij bestrate tuingedeeltes. Het gegraaf van wormen doet daar helaas een stuk minder voor de irrigatie, ook al kom je tussen de tegelvoegen dezelfde modder- en zandhoopjes tegen. Aangezien het vulzand opzettelijk verdicht is, bewegen wormen op zulke plekken horizontaal, richting vochtige plekken onder een tegel. Daar kunnen kleine deeltjes van bladeren bijvoorbeeld voor voeding zorgen.

Regenwormen 'stoten' ook broeikasgassen uit

Nadelen van regenwormen zijn er ook zeker. Zo concludeerden wetenschappers in 2013, tevens in Wageningen, dat de uitstoot van koolzuurgas en lachgas vanuit de bodem sterk toeneemt door het gegraaf en gevreet van de diertjes. "Het is ironisch dat regenwormen, die we in de duurzame landbouw trachten te bevorderen omdat ze goed zijn voor de bodemvruchtbaarheid, tegelijkertijd een ongewild effect hebben op de uitstoot van broeikasgassen", schrijft onderzoeker Jan Willem van Groenigen.

Kunnen de planten in je tuin wel wat regenwormen gebruiken, dan heeft het volgens Pleijter weinig zin om de beestjes zelf toe te voegen. "Als ze ontbreken, betekent het dat de omstandigheden niet goed genoeg zijn. Zandbodems zijn van nature bijvoorbeeld al droger en minder voedselrijk, dus dat heeft effect op de aanwezigheid van regenwormen. Beter is om ze te voeden met organische stof, in de vorm van mest of compost. Kom je die kleine zandhoopjes in je tuin nu al tegen, dan is dat alleen maar een goed teken."