Voor het eerst sinds de jaren tachtig is er zondag in Amsterdam een groot woonprotest. De organisatoren eisen een betaalbare woonruimte voor iedereen en willen "een ommekeer in beleid forceren". Dit zijn hun voorlopige speerpunten.

Melissa Koutouzis vliegt van radio-uitzendingen naar televisie-interview en werkt ondertussen nog hard aan het programma van de demonstratie die zondag om 14.00 uur in het Westerpark in Amsterdam begint. Op last van de gemeente mocht het nationale Woonprotest niet meer op de Dam plaatsvinden, omdat het daar te druk zou worden.

Inmiddels zijn er zeker 165 verenigingen, bewonersgroepen, bonden en politieke afdelingen die zich achter de doelen van het Woonprotest hebben geschaard. "We merken dat de aandacht voor die punten die we inbrengen groeit en dat vinden we erg belangrijk", zegt Koutouzis tegen NU.nl. "We zijn ook bezig met een gezamenlijk manifest. Het kost tijd om dat goed af te stemmen, dus we kunnen het zondag nog niet presenteren, maar dat komt wellicht op tijd voor de volgende demonstratie in Rotterdam op 17 oktober.

Wel heeft de organisatie vier speerpunten, met uitleg over de achtergrond.

1. Garandeer goede en betaalbare huisvesting

"De overheid moet het fundamentele recht op wonen weer de hoogste prioriteit geven, en de huisvesting van de tienduizenden dak- en thuisloze mensen als eerste aanpakken."

De organisatie maakt zich boos over het feit dat het aantal daklozen in tien jaar tijd is verdubbeld. Dat kwam uit een onderzoek van Centraal Bureau Statistiek dat in 2019 werd gepubliceerd. Naar schatting telde Nederland destijds 40.000 daklozen. Onder jongeren was het aantal sinds 2009 zelfs verdrievoudigd. Ondertussen halveerde het aantal gebouwde sociale huurwoningen en er verdwenen zelfs zeker 100.000 sociale huurhuizen door onder meer sloop en verkoop, waardoor de gemiddelde wachttijd op een woning in een kwart van de gemeenten meer dan zeven jaar bedraagt.

2. Grip op de escalerende huur- en huizenprijzen

"De overheid moet onmiddellijk actie ondernemen om ervoor te zorgen dat het de grip herpakt op de escalerende prijzen. Een belangrijke stap hierin is het weer breed toegankelijk maken van de sociale huursector en de verhuurdersheffing af te schaffen. Daarbij moet de vrije huursector ook gereguleerd worden."

Tot 1995 waren alle huurprijzen gereguleerd. Dat wil zeggen dat de huurprijs werd bepaald door de kwaliteit van een woning, zoals isolatiewaarde en vierkante meters. Dat is daarna losgelaten voor huizen die via een puntensysteem boven een bepaald puntenaantal kwamen. Als een huis boven de 'liberalisatiegrens' komt (dit jaar 752 euro), kan de verhuurder vragen wat hij wil. Daardoor zijn de huren fors gestegen. In onderstaande grafiek is te zien dat de huren harder stegen dan de inflatie, waardoor huurders steeds meer geld aan woonlasten kwijt zijn. Het Nibud concludeerde in 2019 dat 800.000 huurders in de knel komen doordat zij de minimale bedragen voor levensonderhoud niet kunnen betalen.

De verhuurdersheffing is in 2013 ingevoerd als crisismaatregel om de gaten in de begroting van de overheid te dichten. Hij geldt alleen voor verhuurders van meer dan vijftig sociale huurwoningen, waardoor met name woningbouwverenigingen er last van hebben. "Een boete op sociale huurwoningen", noemt Marcel Trip van de Woonbond het.

3. Stop racistisch en 'klassistisch' woonbeleid

"Het herstructureringsbeleid ten koste van mensen van kleur, minderheden en minderbedeelden moet stoppen en lokale overheden moeten ervoor zorgen dat wijken ontwikkeld en gerenoveerd worden voor de bestaande bewoners, en zich niet richten op het aantrekken van een rijkere doelgroep."

Hier doelt de organisatie van het Woonprotest op de term gentrificatie. "Een goed voorbeeld is de Rotterdamwet", stelt Marcel Trip van de Woonbond. "Op basis van inkomstenbron worden mensen in sommige wijken geweerd, waardoor zij nog minder keuze hebben. Aangezien deze wet voornamelijk mensen met een biculturele achtergrond raakt, snap ik wel dat ze van racisme spreken."

4. Pak parasitaire beleggers aan

"De landelijke overheid moet ervoor zorgen dat de markt onaantrekkelijker wordt voor grote (buitenlandse) beleggers. De overheid kan dit doen door leegstand te beboeten door middel van een leegstandsheffing, een brede opkoopbescherming in te voeren, huurinkomsten te belasten en het verbieden van het opkopen van corporatiebezit door beleggers."

Momenteel worden beleggers op de woningmarkt met open armen ontvangen, stelt journalist en beurscommentator Hans de Geus van RTL Z. Hij beschrijft in zijn boek Hoe ik toch huisjesmelker werd hoe het komt dat de vastgoedmarkt voor beleggers zo interessant is. Je betaalt minder belasting over de inkomsten dan wanneer je ervoor werkt. Daardoor is een wedloop ontstaan die huizen steeds duurder maken, omdat huizen van belegger tot belegger worden verkocht. Ook koopstarters delven daardoor het onderspit, stelt hij.