De afgelopen tien jaar is de markt voor zonnepanelen zo gefocust geweest op kwantiteit, op het vergroenen van de stroomvoorziening, dat de kwaliteit van productie nauwelijks een rol speelde. Kun je ervan uitgaan dat zonnepanelen 'schoon' worden gefabriceerd? En wat gebeurt er met de afgedankte exemplaren?

Een van de grootste Nederlandse leveranciers van zonnepanelen, Sungevity, heeft de milieu-impact van zijn producten onderzocht en constateert dat er nog een wereld te winnen is.

De CO2-uitstoot bij de productie is stevig en aangezien 60 procent van de panelen uit China komt - per olietanker - wordt het er niet beter op. Het zou gemiddeld zo'n vijf jaar duren voordat de negatieve impact is gecompenseerd met schone stroom. Het gerenommeerde onderzoeksbureau TNO vindt dat een realistische inschatting.

Oprichter Roebyem Anders van Sungevity vindt het logisch is dat er nu pas aandacht komt voor de milieu-impact. "Het zit in de mens om op zoek te gaan naar oplossingen voor grote problemen. Met zonnepanelen lossen we een groot probleem op, namelijk die van grijze stroom, opgewekt bij de verbranding van fossiele brandstoffen die milieuvervuiling en klimaatopwarming veroorzaken. Dan komt schone productie helaas op de tweede plaats."

Roebyem Anders, oprichter van Sungevity.

Roebyem Anders, oprichter van Sungevity.
Roebyem Anders, oprichter van Sungevity.
Foto: Sungevity

Meer dan miljoen huizen met zonnepanelen

Inmiddels hebben meer dan een miljoen huizen zonnepanelen op het dak. Het opgestelde vermogen van alle zonnepanelen in Nederland is nu negentig keer zo groot als in 2010. Er zijn zelfs eigenaren die ze al willen vervangen, terwijl zonnepanelen in de regel 25 tot 30 jaar meekunnen.

"We hadden dat niet verwacht, maar nieuwe zonnepanelen zijn veel efficiënter en leveren dus meer stroom op. Voor mensen met beperkte ruimte op het dak en een elektrische auto of warmtepomp, loont het om ze al te vervangen. En dan komt de vraag: wat doen we met de oude exemplaren?"

Hoogwaardige recycling is lastig, zegt TNO-onderzoeker Martin Späth. "Terugsturen naar China kan ook niet meer, dus zijn we aan het kijken hoe we de panelen zo goed mogelijk kunnen ontmantelen, waarna we in Europa mogelijk een eigen productie op gang krijgen."

“Consumenten hebben hart voor het milieu, maar ook voor hun portemonnee.”
Martin Späth, onderzoeker bij TNO

Het materiaal dat de meeste energie vraagt, is silicium. "Als je dat silicium van afgedankte panelen kunt hergebruiken, heb je al een behoorlijke besparing. In 2019 zijn er slechts tienduizend zonnepanelen voor recycling aangeboden, waardoor er nog geen recyclingmarkt is. Maar dat gaat dit decennium natuurlijk naar grotere hoeveelheden."

TNO ontwikkelt in samenwerking met meerdere producenten een circulaire keten, zodat elk onderdeel van de zonnepanelen opnieuw gebruikt kunnen worden. "Het zou helpen als klanten hier naar gaan vragen", aldus Späth.

"Momenteel is er nog geen goed label dat hier informatie over verschaft. Maar belangrijk is ook dat de nieuwe materialen die we willen gebruiken, niet duurder zijn dan die van de eerste generatie panelen. Consumenten hebben hart voor het milieu, maar ook voor hun portemonnee. We denken dat het de markt gaat lukken om concurrerende, volledig circulaire, panelen in de markt te zetten."

Pleidooi voor een Europees label en oprichting van een weeshuis

Anders wijst op de internationale Solar Scorecard, die 35 fabrikanten toetst op milieuaspecten en sociale aspecten. Uit recent onderzoek blijkt echter dat Oeigoerse dwangarbeiders betrokken zijn bij de productie van panelen die toch goed uit de Solar Scorecard kwamen. "Wij zouden graag een Europees label zien, van een organisatie die onafhankelijke en onaangekondigde controles kan uitvoeren in de fabrieken", aldus Anders.

Om in de tussentijd bij te dragen aan een langer leven voor de Nederlandse zonnepanelen, heeft Sungevity samen met WEEE een weeshuis voor oude panelen opgericht: Zonnext. 20 procent van de afgedankte panelen is waarschijnlijk goed te hergebruiken op een ander dak. De panelen moeten dan wel worden gekeurd en gecertificeerd. "Als je ze op Marktplaats koopt, weet je niet wat je in huis haalt", zegt Anders.

Volgens Anders moet de overheid ook meewerken met het aanjagen van de verduurzaming van het productieproces. Zo zou een verwijderingsbijdrage van 2 euro per paneel, zoals in België bestaat, al helpen bij het opschalen van de recyclingcapaciteiten. Stimuleren van hergebruik zou kunnen door zelf tweedehands panelen in te kopen.