In de wereld van aannemers klinkt het herhaaldelijk: biobased bouwen heeft de toekomst. Het betekent dat het materiaal dat voor de bouw van onder meer woningen wordt gebruikt, weer terug moet groeien in de natuur. De materialen met de grootste potentie op een rij.

Het huis van hout

Na een aflevering van Tegenlicht over 'houtbouwers' is een revolutie ontketend in de bouw. Hout is natuurlijk een bekend materiaal en zou alles in zich hebben om beton en steen van de troon te stoten als meest gebruikte materiaalsoort voor huizen. "CO2 blijft in het hout opgeslagen in plaats van dat er CO2-uitstoot plaatsvindt", zegt Patrick Schreven, directeur van ECO+BOUW.

Er zijn verschillende manieren om met hout te bouwen. Erg in opkomst in Nederland is Crossed Laminated Timber (CLT) oftewel kruislaaghout. Een andere methode is houtskeletbouw. De bossen worden in Europa duurzaam beheerd.

Voordelen

  • Goed voor milieu, het binnenklimaat en akoestiek
  • Koel in de zomer
  • Makkelijke massaproductie
  • Minder bouwtijd en lichter bouwen (minder transport)

Nadelen

  • Materiaal is vooralsnog duurder
  • Hout laat meer geluid door
  • Minder sterk dan staal of beton bij hoogbouw

Het huis van stro

Stro is de droge stengel van graangewassen. Het is een restproduct van de akkerbouw. Er zijn geen hulpstoffen of toevoegingen nodig om stro geschikt te maken voor de bouw en het is vrij van giftige stoffen. "Anders dan wat veel mensen misschien denken, vliegt het niet gemakkelijk in brand", aldus Schreven. "Het wordt zo compact geperst, dat het helemaal zit ingeklemd. Ongedierte heeft ook geen gelegenheid om eraan te knagen."

Aan de binnenkant wordt het afgewerkt met leem, klei dus eigenlijk. Dat is overigens geen biobased materiaal omdat het niet terug groeit, maar het is wel duurzaam en zorgt voor een prettig binnenklimaat. "Leem zorgt voor een goede vochtregulatie in de woning", aldus Schreven. "Bovendien kun je het van de muur schrapen en opnieuw gebruiken." Dat kan met veel huidige bouwmaterialen niet. Huizen van stro hebben geen of weinig extra isolatie nodig, want het materiaal zelf werkt isolerend.

Het huis van kalkhennep

De bekendste bewoner van een huis van kalkhennep is weerman Gerrit Hiemstra van het NOS Journaal. Hij grapte in een interview met het AD al dat mensen meteen denken aan hasj en wiet, maar hennep wordt geteeld voor de vezels. Van het afvalproduct kun je in combinatie met kalk en water bouwmateriaal maken. Bij dat proces wordt CO2 uit de lucht opgenomen.

“Hennep wordt industrieel geproduceerd en groeit erg snel.”
Patrick Schreven, ecobouwer

"Hennep wordt industrieel geproduceerd en groeit erg snel", zegt Schreven. "Er wordt van alles en nog wat mee gemaakt: kleding, autodashboards en veevoer bijvoorbeeld. Je kunt het als een soort beton storten of in blokken metselen." Er zijn ook technieken waarbij kalkhennep in een bekisting wordt gestort. Vanuit de prefab elementen die ontstaan wordt een huis op locatie in elkaar gezet. Kalkhennep is in te zetten als isolatiemateriaal of constructief materiaal. Schreven: "Op de zomerdag blijft het huis juist langer koel.

Nadeel is dat het wel dat de productie arbeidsintensief en dus een stuk duurder is.

Isolatie van champignons en paprika

Bij de bouw van huizen zijn talloze isolatiematerialen te kiezen. Bij de grote projecten worden doorgaans steenwol en glaswol gebruikt, maar dat zijn geen duurzame materialen.

Biobased materialen zijn schaapwol, kurk en vlas. "Ieder hebben ze hun eigen unieke eigenschappen, waarover je je goed moet laten informeren door de aannemer of de producent", zegt Schreven. Hij maakt zelf ook gebruik van gerecycled katoen en juten. De veel voorkomend biobased alternatief is houtvezel.

Maar het kan exotischer. De worteldraden van zwammen of champignons vormen een netwerk dat de potentie heeft om als isolatie te dienen. Mycelium heet dat. En onlangs zette het ministerie van Landbouw een groep aan het werk om reststromen te gebruiken, waarbij ook de stengels van tomaten en paprika's worden genoemd als goede grondstoffen voor woningisolatie.