Als je een huis hebt of wil kopen, dan heb je er ongetwijfeld over gehoord: de hypotheekrenteaftrek. Maar zoals bij veel fiscale onderwerpen is de kennis bij consumenten vanzelfsprekend niet zo goed als bij de adviseurs. Daarom een spoedcursus voor beginners.

Ook de afgelopen maanden is er weer veel te doen om de hypotheekrenteaftrek. De Nederlandsche Bank (DNB) pleit als adviseur van het kabinet voor verdere afbouw, waardoor huiseigenaren minder belastingvoordeel zouden krijgen.

Maar wat is het nou precies? Simpel gezegd is de hypotheekrenteaftrek een korting die de Belastingdienst geeft op de belasting die je betaalt over het salaris dat je verdient. Stel, je salaris was afgelopen jaar 50.000 euro bruto en je was 5.300 euro kwijt aan rente voor de hypotheek. De WOZ-waarde van het huis is 236.000 euro. Dan hoef je eigenlijk maar over 45.880 euro inkomensbelasting te betalen, terwijl je belasting hebt betaald over 50.000 euro.

De berekening bij de Belastingdienst ziet er zo uit:
inkomen (50.000 euro) + 0,5 procent van de WOZ-waarde (1.180 euro) = 51.180 euro min de betaalde hypotheekrente (5.300 euro) = inkomen voor belasting (45.880 euro)

Je vult de aangifte inkomstenbelasting in (moest vóór 8 mei) en krijgt vervolgens het bedrag dat je te veel hebt betaald teruggestort op de rekening.

Kosten voor de hypotheek zijn ook aftrekbaar

Ook als je kosten maakt voor de hypotheek, kun je die aftrekken van de belasting, zegt hypotheekdeskundige Marga Lankreijer-Kos van Independer. "Niet alles. De aankoopmakelaar en bouwkundige keuring bijvoorbeeld níét. Maar wel de notariskosten voor de hypotheekakte, taxatiekosten en hypotheekadvieskosten. Meestal stuurt de notaris een overzicht van de kosten en zet een sterretje achter de kosten die aftrekbaar zijn."

Je kunt kiezen of je het jaarlijks terugkrijgt of maandelijks. Als je het maandelijks terug wil, moet je een voorlopige teruggave aanvragen bij de Belastingdienst voor het lopende of komende jaar.

De hypotheekrenteaftrek

  • is enkel en alleen bedoeld voor huiseigenaren die zelf in het huis wonen.
  • krijg je maximaal dertig jaar in je leven. Als je verhuist, begint de telling dus niet opnieuw.
  • geldt alleen voor hypotheken waarbij je de hypotheek volledig aflost. Over het niet-aflosbare deel ontvang je geen renteaftrek (tenzij de hypotheek vóór 2013 is afgesloten).
  • geldt alleen voor een annuïtaire hypotheek, lineaire hypotheek en persoonlijke lening.
  • is ook bedoeld voor verbouwingen of verduurzaming van het huis.

Kijk op de site van de Belastingdienst voor de uitzonderingen.

In de miljoenennota is te zien hoe de overheid steeds minder geld kwijt is aan belastingvoordeel voor huiseigenaren. Dit jaar scheelt dat al bijna 4 miljard euro in vergelijking met 2016. Er vloeit via de hypotheekrenteaftrek jaarlijks nog 8 miljard euro van de staatskas naar huiseigenaren. Dat is grofweg 150 euro gemiddeld per maand.

Drie hoofdredenen waarom dat bedrag zo snel daalt

1. Sinds 2013 is het voor nieuwe huizenkopers verplicht om geld af te lossen van de hypotheek. Anders vervalt je recht op hypotheekrenteaftrek. Dat zorgt ervoor dat het jaarlijks bedrag aan aftrek minder wordt, want minder schuld is minder rente, minder renteaftrek.

2. Het deel van de rente dat huiseigenaren (met een hoog inkomen) kunnen aftrekken van de belasting, neemt af. Dat is een politieke keuze en stamt uit 2014, toen nog 52 procent afgetrokken mocht worden voor mensen met een hoog inkomen. Het huidige kabinet heeft dat proces versneld en in 2023 is het percentage 37,05, gelijk aan de laagste loonschijf.

3. De hypotheekrente ging de laatste jaren rap naar beneden en bereikte dit jaar een laagterecord. Veel mensen hebben gebruikgemaakt van de lagere rente na het eindigen van een rentevastperiode of door oversluiten van geldverstrekker. Minder rente is ook minder renteaftrek. De hoge huizenprijzen heffen dat effect niet op.