Bij het gasvrij maken van woningen doen zich structurele knelpunten voor, waardoor lastig tempo kan worden gemaakt. Dat meldt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) op basis van een onderzoek onder veertien proefwijken.

Uit het PBL-onderzoek wordt duidelijk dat de overgang naar een aardgasvrije warmtevoorziening op dit moment zeer gedetailleerd maatwerk vraagt. Daardoor duurt het aardgasvrij maken van de onderzochte proeftuinen vaak langer dan gedacht. Er ontbreken standaardstructuren voor kostenverdeling en het is niet duidelijk wie welke risico's en verantwoordelijkheden draagt.

In het Klimaatakkoord staat dat Nederlandse huizen vanaf 2050 niet meer op aardgas worden verwarmd. De eerste anderhalf miljoen huizen zouden in 2030 al moeten zijn afgekoppeld. Volgens het gerenommeerde onderzoeksbureau TNO is het maar zeer de vraag of dat lukt, stelden de deskundigen donderdag in een kennissessie. Tot en met 2020 zijn 8.000 huizen afgekoppeld, dit jaar zouden het er 50.000 moeten zijn en binnen tien jaar 200.000 huizen per jaar. Gemeenten moeten later dit jaar hun plannen inleveren waarin ze uitleggen hoe welke wijk in de toekomst moet worden verwarmd.

TNO gaat ervan uit dat de doelstellingen niet worden gehaald als het Rijk niet snel voor meer sturing zorgt. Europese aanbestedingsregels zouden processen in de weg zitten en gemeenten wachten op een nieuwe Warmtewet, die de groei van duurzame warmtenetten mogelijk moet maken.

Huizen en wensen van bewoners verschillen enorm

Niet alleen regelgeving zorgt voor vertraging, ontdekte transitieonderzoeker Marloes Dignum van het PBL. "De verschillen per woning en bewoner zijn zo groot, dat technisch en persoonlijk maatwerk nodig is", zegt ze. "Huizen lijken van buiten identiek, maar dan blijkt een woning in tegenstelling tot die van de buren geen kruipruimte te hebben waardoor er anders moet worden geïsoleerd. Of de bewoner wil geen grote aanpassingen aan zijn huis. Als in een wijk één of meerdere bewoners niet willen of kunnen meedoen, kan dat extra infrastructuur noodzakelijk maken en daardoor het geheel duurder maken."

Ook Ernst Japikse, CEO van warmtebedrijf Ennatuurlijk en voorzitter van Stichting Warmtenetwerk, zegt dat het nu nog te traag gaat. "Maar ik zeg ook: het is goed dat we zijn begonnen. Het is goed dat het in proeftuinen niet makkelijk gaat. Daardoor leren we. Daar zijn proeven toch voor? Als het niet gaat, dan moeten we terug naar de tekentafel om het opnieuw te proberen."

Japikse reageert voorzichtig op de vraag of de overheid dwingender moet zijn als bewoners een warmteproject vertragen als ze niet willen meedoen. "In wijken met veel corporatiewoningen is het makkelijker om aan de slag te gaan dan in buurten met veel particuliere eigenaren, maar als de overheid dingen gaat opleggen, ontstaat alleen maar meer verzet. We kunnen ook innovatiever worden, door bijvoorbeeld een afleverset van een warmtenet niet in het huis maar buitenshuis te installeren. Dat is nu nog te duur."

'De gasprijs moet echt omhoog'

Hij vindt dat de overheid wel transparanter moet zijn over de kosten. "Het lukt niet overal om dit woonlastenneutraal te doen, wat betekent dat we dan niet aansluiten omdat mensen meer geld kwijt zouden zijn dan bij verwarming op gas. Dat komt ook doordat de gasprijs te laag is ten opzichte van de schade aan het milieu die het veroorzaakt. Die prijs zal echt omhoog moeten om een eerlijke transitie mogelijk te maken."

TNO heeft een plan bedacht om de verduurzaming van woningen te versnellen. Het kabinet heeft ingezet op een wijkgerichte aanpak, gestuurd door de gemeente. "Wij stellen voor dat naast dat traject een zogenoemde contingentenaanpak wordt gestart", zegt Peter Paul van 't Veen van TNO. "We moeten wijkoverstijgend op zoek naar type woningen met allemaal hetzelfde bouw-DNA. Dan speelt bouwjaarklasse mee, typologie, gebouweigenaar, enzovoort." Het zou moeten leiden tot industrialisatie, innovatie en vraagbundeling. Niet alleen aannemers en netbeheerders, maar ook woningeigenaren weten dan beter waar ze aan toe zijn en wat het ze gaat kosten.

TNO heeft uitgerekend dat 70 tot 80 procent van de Nederlandse huizen in categorieën zijn op te delen. Per categorie of contingent zijn minimaal vijftienduizend huizen nodig die volgens dezelfde blauwdruk verduurzaamd kunnen worden. "Pas dan loont het voor bedrijven om te investeren. Er is schaalvoordeel nodig, waardoor de aanpak sneller, efficiënter en goedkoper wordt." Het onderzoeksbureau gaat ervan uit dat de transitie naar gasvrije woningen 15 procent tot 35 procent goedkoper kan worden met deze aanpak, hoewel de wijkaanpak ook zou moeten blijven bestaan voor de nodige aanpassingen aan infrastructuur.