Na een paar jaar van dalende interesse zit de vraag naar startersleningen de afgelopen tijd weer in de lift. In 2020 verstrekte het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn) 2.340 leningen aan starters. Dat zijn er bijna honderd meer dan een jaar eerder, blijkt uit door NU.nl opgevraagde cijfers. Wat scheelt het en voor welke valkuilen moet je waken?

"De vraag naar de lening neemt toe", zegt SVn-directeur Jan Willem van Beek. "Dat zien we ook in de eerste maanden van dit jaar. We verwachten in 2021 een toename van het aantal verstrekte startersleningen."

Wie geld tekortkomt binnen een normale hypotheek, kan afhankelijk van de gemeente tot 35.000 euro bijlenen. In feite werkt dat als een tweede hypotheek, met als voordeel dat je de eerste drie jaar geen rente en aflossing hoeft te betalen. Geïnteresseerden moeten voldoen aan de voorwaarden van de Nationale Hypotheek Garantie en kunnen bij 246 gemeentes terecht.

De NHG-grens stond in 2020 op 310.000 euro, maar de meeste startersleningen zijn voor huizen die daar ver onder blijven. Volgens SVn lag de gemiddelde koopsom vorig jaar op 198.000 euro. Het minimale leenbedrag is daarnaast 2.500 euro, maar de praktijk wijst uit dat starters vaker tegen het maximum aan zitten. Het gemiddelde leenbedrag in 2020 lag op 28.000 euro.

Starterslening is populair bij huizenbouwers

Tegemoetkomingen voor jonge huizenkopers komen uit verschillende hoeken. Zo kwam een grote groep belanghebbenden in de woningbouw deze week nog met het plan om een miljoen woningen bij te bouwen, met daarbij het initiatief voor een Nationaal Koopstartfonds. Ook werd er gepleit voor meer startersleningen, ter ondersteuning van jonge huizenkopers.

Maar tegelijkertijd klinken er ook juist waarschuwingen voor die leentrends. Zo merkte de Autoriteit Financiële Markten al op hoe leennormen de afgelopen jaren minder voorzichtig zijn geworden. "Het maatschappelijk belang van verduurzaming en toegankelijkheid tot de woningmarkt voor koopstarters staat buiten kijf", vertelt directeur Laura van Geest. "Maar dit moet niet ten koste gaan van financiële weerbaarheid."

De AFM noemt acht factoren waar koopstarters kwetsbaarder door worden. Zo wordt de studieschuld genoemd, die soms wordt verzwegen om een hogere hypotheek te kunnen krijgen. En ook de starterslening komt aan bod. Een krediet verhogen boven de maximale hypotheek brengt immers risico's met zich mee.

'Meer krediet lost lage woningaanbod niet op'

"Meer krediet lost het onderliggende probleem van een te laag woningaanbod niet op", vertelt Van Geest. "Het werkt prijsopdrijvend en vergroot daarmee de afstand van koopstarters tot de woningmarkt alleen maar meer."

Of startersleningen op zichzelf ook die prijsopdrijving aanwakkeren, wordt betwist. Volgens een onderzoek van het Kadaster in 2019 is daar in ieder geval geen sprake van. Het SVn benadrukt daarnaast dat de starterslening binnen de leennormen opereert. Inkomen en vermogen worden dus altijd getoetst, om overkreditering te voorkomen.

Maar ook Van Beek erkent dat bijlenen niet zaligmakend werkt. "Natuurlijk is er veel meer nodig om de positie van de starter op de woningmarkt te verbeteren. Meer woningen bouwen bijvoorbeeld. Ook daar draagt SVn aan bij. Zo helpen we projectontwikkelaars om de voorfase van woningbouwprojecten te financieren. Daarmee maken we nu al de bouw van meer dan 2.700 woningen mogelijk."