Het is nog onduidelijk of vanaf 2023 de salderingsregeling (een subsidie) voor zonnepanelen wordt afgebouwd. Nu de Tweede Kamer een wetsvoorstel van de vertrokken minister Eric Wiebes controversieel heeft verklaard, kan de uitvoering een probleem worden.

Het was de bedoeling dat de Tweede Kamer nog in deze regeerperiode zou instemmen met het plan om de salderingsregeling vanaf 2023 langzaam af te bouwen tot 2031. Omdat het kabinet is gevallen, wil het parlement dat de nieuwgekozen volksvertegenwoordiging hierover gaat stemmen, na de verkiezingen volgende maand. De kans is aanwezig dat de regeling dan alsnog wordt verlengd, maar ook dat de afbouw langzamer of sneller gaat.

"Wij hopen dat de nieuwe Tweede Kamer de salderingsregeling voortzet zoals die bestaat", zegt Bobby Raghoenath, fiscaal jurist van Vereniging Eigen Huis. "Er is duidelijkheid gewenst. Huiseigenaren willen weten hoe snel ze de panelen kunnen terugverdienen met een lagere energierekening."

Teruglevertarief is een fors lager bedrag

Salderen betekent dat op de energierekening de teruggeleverde stroom van de panelen wordt weggestreept tegen het gemeten stroomverbruik. Daardoor betaal je voor dat deel geen kosten aan je leverancier en geen belasting.

Maar de hoeveelheid stroom die je tegen elkaar mag wegstrepen gaat volgens het voorstel van Wiebes langzaam naar beneden, tot consumenten in 2031 alleen nog maar het teruglevertarief ontvangen voor de stroom die ze terugleveren aan het net. Dat is een fors lager bedrag en verschilt per aanbieder.

De salderingsregeling wordt gezien als een groot succes. Ondanks de coronacrisis groeide de Nederlandse zonnesector vorig jaar met maar liefst 41 procent in Nederland. Volgens een trendrapport van onderzoeksbureau Dutch New Energy Research werd er voor 2,9 gigawatt aan zonnepanelen geïnstalleerd. Meer dan één miljoen huizen, oftewel één op de acht, heeft zonnepanelen op het dak liggen. Op Duitsland na is er geen enkel ander land met zoveel panelen per inwoner en de verwachting is zelfs dat 'we' Duitsland in gaan halen in het huidige tempo.

“Het zorgt voor onnodig veel onzekerheid. Voor consumenten ontbreekt nu bovendien de verplichting een slimme meter te nemen.”
Woordvoerder Netbeheer Nederland

De opmars heeft echter ook nadelen. Netbeheerders hebben op zonnige dagen moeite de piekopbrengst op te vangen. "Het is noodzakelijk dat we nu gaan werken aan lokale opslag en het flexibiliseren van opwekking en verbruik, maar dat ligt dankzij het controversieel verklaren weer stil", zegt een woordvoerder van Netbeheer Nederland, dat problemen voorziet in de uitvoering van de wet als besluitvorming te lang duurt.

"Het zorgt voor onnodig veel onzekerheid. Voor consumenten ontbreekt nu de verplichting een slimme meter te accepteren." Slimme meters zijn noodzakelijk om de salderingsregeling af te bouwen. "We gaan het proberen, maar een prikkel ontbreekt nu."

Energieleveranciers willen andere manier van stimuleren

Energie Nederland, de branchevereniging voor energieleveranciers, heeft een dubbel gevoel bij het uitstel van de afbouw zoals in het wetsvoorstel staat. "Wat ons betreft wordt salderen wel afgebouwd, maar niet op de manier die bedacht is. Die maakt het voor consumenten moeilijk te begrijpen.

Niet elk energiecontract loopt van januari tot en met december, dus er gaan percentages door elkaar lopen", zegt Marieke Visser. "Daarnaast kunnen we van de teruggeleverde stroom niet registreren of het groen of grijs is én vertraagt het salderen de innovatie voor batterijen die de opgeleverde stroom thuis opslaan.

Tot slot vinden we het oneerlijk dat een deel van de kosten van de salderingsregeling nu terechtkomt bij mensen zonder zonnepanelen." Als het aan Energie Nederland ligt, wordt de salderingsregeling op een andere manier afgebouwd.

Het ministerie van Economische Zaken laat weten politieke besluitvorming af te wachten, maar staat nog steeds achter de plannen om de subsidie af te bouwen. Zonnepanelen worden goedkoper, dus de subsidie is niet meer nodig, redeneert een woordvoerder. Onderzoekers van TNO en Milieu Centraal gaan ervan uit dat de terugverdientijd gemiddeld op zeven of acht jaar blijft staan, ook zonder subsidie.