De Woonbond wil dat het kabinet een einde maakt aan tijdelijke huurcontracten. Bijna de helft van de huurders in de particuliere sector krijgt bij verhuizing een termijncontract. Een groot deel zou volgens de Woonbond te maken hebben met ongewenst gedrag van de verhuurder. Minister Kajsa Ollongren (Binnenlandse Zaken) wil juist meer zekerheid voor verhuurders.

Anne* (26) uit Nijmegen moet in een jaar tijd voor de tweede keer verhuizen. "De eerste keer klikte het niet met de hospita. Nu moet ik met mijn vriend opnieuw verhuizen omdat de eigenaar de studio wil verkopen."

"Nu we rondkijken, zien we dat huurcontracten voor een jaar de norm zijn. De verhuurder wil eerst kijken of we ons wel netjes gedragen. De onzekerheid die het met zich meebrengt is stressvol. We hebben allebei een goede baan, ons budget is 1.200 euro per maand, dat moet toch mogelijk zijn?" Een huis kopen is voor Anne en haar vriend op dit moment niet mogelijk, als gevolg van een tijdelijk contract en een studieschuld.

Het is hoog tijd dat hier politieke aandacht voor komt, vindt de Woonbond. "De in 2016 ingevoerde tijdelijke huurcontracten leveren jongeren massaal over aan woononzekerheid. Ze zullen minder snel op hun strepen staan bij te hoge huurprijzen, servicekosten of slecht onderhoud", aldus Maarten Wiedemeijer van de Woonbond.

Huurders met tijdelijk contract hebben last van ongewenst gedrag

De belangenvereniging voor huurders maakte een analyse van meldingen en merkte dat de huurders met een tijdelijk contract beduidend vaker last hebben van ongewenst gedrag van de verhuurder. 83 procent van deze huurders meldt problemen zoals niet reageren op verzoeken tot reparaties en soms ook ernstige klachten over bedreigingen en intimidaties. Bij huurders met een vast contract die zich bij de Woonbond beklagen, is dat percentage een stuk lager (57 procent).

Bijna de helft van alle particuliere huurwoningen wordt aangeboden met een tijdelijk contract, constateert het journalistieke onderzoekscollectief Investico na een peiling onder huurhuizen op huurplatform Pararius. Het was echter de bedoeling dat het tijdelijke contract een uitzondering bleef als oplossing na bijvoorbeeld maatschappelijke opvang, een overbrugging na een echtscheiding, in afwachting van een andere woning of de huisvesting van arbeidsmigranten.

Minister Ollongren grijpt nog niet in. Ze wil een evaluatie afwachten die in de zomer klaar is. In de tussentijd heeft ze wel een nieuwe wet in voorbereiding die juist verhuurders meer zekerheid moet geven. Zo mag een tijdelijk contract één keer worden verlengd met nóg een tijdelijk contract, tot in totaal drie jaar in plaats van twee jaar en mag een verhuurder eisen dat de huurder een minimum aantal maanden niet mag verhuizen. Volgens het ministerie wordt gezocht naar een balans tussen de belangen van de huurder om flexibel te blijven en van de verhuurder om wat meer zekerheid te hebben. De Woonbond vindt echter dat de rechten van huurders verder worden uitgehold.

'Je wil niets zeggen over slecht onderhoud'

Anne heeft niet met vervelend gedrag van haar verhuurder te maken. "Maar je voelt wel dat huisbazen een machtspositie hebben", zegt ze. "Dat begint al met de bezichtiging. Je wil niets zeggen over slecht onderhoud, omdat je daarmee mogelijk de kans verspeelt op een onderkomen."

Anne wilde niet met haar eigen naam in dit artikel, omdat ze bang is dat nieuwe verhuurders haar opzoeken op internet en ze daarmee haar kansen op de woningmarkt verkleint. "Dat zegt eigenlijk genoeg", aldus Maarten Wiedemeijer van de Woonbond. "Er is weinig aanbod, dus geen marktwerking op kwaliteit. Tegelijkertijd is er nauwelijks controle op hoe verhuurders zich gedragen. Daarom zijn wij ook voor de invoering van een verhuurdersvergunning, die afgepakt kan worden bij misdragingen."

*De naam Anne is om privacyredenen gefingeerd. Volledige naam bij redactie bekend.