Het is nog te koud om 's avonds buiten te zitten, maar vanuit je woonkamer uitkijken op een mooi verlichte tuin is óók fijn. Daarom geeft vtwonen vijf tips voor een lichtplan voor je tuin.

Het beste moment om over tuinverlichting na te denken, is op het moment dat je van plan bent om de tuin volledig op de schop te gaan nemen. Er moeten tenslotte sleuven gegraven worden en dat komt niet ten goede aan de bestrating, een bestaand gazon of bestaande border.

Bovendien heb je tijdens het plannen maken voor een nieuwe tuin waarschijnlijk al een plattegrond op schaal gemaakt. Is dit niet het geval? Breng je tuin dan alsnog in kaart. Geef in de schets ook de plekken van belangrijke elementen aan, zoals een terras, grasveld, vijver, border, boom en trap.

Wat wil je verlichten?

Paden, terrassen en trappen zijn logische elementen om uit te lichten. Lampen met bewegingsmelders zijn energiezuinig en schrikken tevens inbrekers af.

Denk daarnaast na over mooie hoekjes of bijzondere vormen die met sfeerverlichting beter tot hun recht komen. Zo kun je van bijvoorbeeld een schutting met grillige structuren een echte blikvanger maken.

Een boom met een opvallende takkenstructuur kun je van onderaf met spots in de schijnwerpers zetten. Ook een mooie border vlak bij de achtergevel mag 's avonds de aandacht trekken.

Armaturen kiezen

Stem de lichtrichting af op het te verlichten element en varieer hiermee. Elke tuinlamp is anders en geeft een ander soort verlichting.

Zo schijnt geïntegreerde verlichting vanuit de grond, terwijl bovengrondse armaturen rondom verlichten. Wandverlichting kan zowel rondom als naar beneden schijnen en het licht van spots komt van onderaf.

Breng je tuin in kaart en bedenk goed wat je wil verlichten. (Foto: 123RF)

Bepaal het type licht

Veel mensen kijken eerst naar het uiterlijk, maar het soort licht is minstens zo belangrijk. Let dus vooral op het type lichtbron (bijvoorbeeld led- of halogeenverlichting), de lichtkleur (warm geel licht of juist koel wit of blauw licht) en de lichtintensiteit (zo heeft een 25 watt gloeilamp dezelfde lichtsterkte als een ledlamp van 2 watt, namelijk 200 lumen).

Ook het systeem is van belang. Verlichting op basis van laagspanning (12 volt) is veilig voor kinderen en huisdieren en kun je zelf aanleggen. Verlichting op basis van 220 volt (netspanning) moet je door een monteur laten installeren en de kabels dienen 60 centimeter onder de grond verwerkt te worden.

Geef de lichtpunten aan op de plattegrond

Dit is een kwestie van het intekenen van de lichtpunten, zodat de vakman hier straks mee aan de slag kan. Je kunt de ingetekende punten nummeren en in een legenda nadere uitleg geven.

Spelen er kinderen in je tuin of komen er huisdieren? Zorg er dan voor dat de verlichting niet in de weg staat. Gebruik op die plekken dan liever geen paaltjes, maar verwerk de armaturen bijvoorbeeld in de bestrating.