Nederland heeft zo'n 1.200 molens, maar slechts een fractie daarvan is echt geschikt om in te wonen. Judith en Arno Goubitz horen bij de weinige molenaars die het kunnen. NU.nl neemt een kijkje in hun zeventiende eeuwse werktuig, waar tegenwoordig onder meer een huis- en slaapkamer in te vinden is.

Dat het hier niet om een alledaagse woning gaat, wordt meteen bij aankomst al duidelijk. Judith komt naar buiten gelopen om de ophaalbrug te laten zakken; de enige manier om de poldermolen te bereiken. En dat blijkt nog een luxe te zijn ook, want voor 1995 ging alles hier nog met een roeibootje. "Dat viel niet mee als je windkracht acht had", vertelt Judith lachend. "Als ik boodschappen had gedaan, eindigde ik honderd meter verderop aan de overkant."

We zitten inmiddels aan de eettafel in een knus keukentje. Er staat een computer op tafel, even verderop is een koffiezetapparaat te vinden, maar verder ademt deze plek toch vooral een sfeer van oudere tijden. De achthoekige woonkamer wordt verwarmd door een houtkacheltje, is gedecoreerd met Oudhollandse tegeltjes en kijkt uit over een uitgestrekt polderlandschap.

'Vooral 's zomers is het leuk'

"Door het raam kun je af en toe een wiek voorbij zien schieten", begint Arno te vertellen. "Maar vooral 's zomers is het leuk. Dan zitten we in ons tuinhuis hiernaast en leunen we achterover terwijl we dat hele ding zien draaien. Alleen al kijken naar die beweging is fantastisch. Daar word ik echt blij van."

Dertig jaar woont het stel nu inmiddels samen in de molen. Arno sinds 1986, Judith kwam er drie jaar later bij. "Ik ben hier een keer thee komen drinken en nooit meer weggegaan", vertelt ze. "Ik weet nog dat ik heel romantisch met dat bootje werd opgehaald. Er stond toen een noordenwind, dus de wieken draaiden langs de voordeur. Het leek me nogal gevaarlijk om naar binnen te lopen. Ik wist toen nog helemaal niet dat alle molens twee ingangen hebben, precies om die reden."

Net als haar echtgenoot volgde Judith een speciale opleiding om molenaar te worden. Nu ze allebei met pensioen zijn, klussen ze geregeld samen aan hun woning. "Soms valt je iets op en ben je opeens de hele dag bezig. Zo werkt dat. Er wordt van je geacht dat je goed voor de molen zorgt."

De enige manier om de molen in Baambrugge te bereiken, is via een ophaalbrug. (Foto: Judith Goubitz)

Dak van molen is kwetsbare plek

"Na een flinke storm heb je vaak kleine schades", zegt Arno. "Als er stukken uit het dak zijn gevallen, moet je ook meteen actie ondernemen. Als je er niet woont, is het misschien minder erg, maar bij ons kan regen zo de slaapkamer inlopen. Gelukkig wordt er in zulke gevallen wel snel gereageerd door eigenaar Utrechts Landschap. Een dag later is er meestal al een rietdekker om het te repareren."

“Bij een molen die stilstaat is het binnen vijf jaar afgelopen.”
Arno Goubitz

Een opgeleide molenaar dient intussen ook veel zelf te kunnen. En bij dat onderhoud horen niet alleen reparaties, maar ook het draaien van de wieken zelf. Want rust roest. "Dat kan hard gaan", vertelt Arno. "Bij een molen die altijd stilstaat, met steeds dezelfde roede naar beneden, is het binnen vijf jaar afgelopen. De as gaat dan steeds meer naar voren leunen, de heklatten vallen eraf. Het kan allemaal naar beneden gaan zakken. Dus moet je blijven draaien."

Maar een groot bezwaar is dat laatste absoluut niet. "Gemiddeld doen we het twee per week", vertelt Judith. "Soms zelfs iedere dag. Het is echt een hobby, gewoon heel leuk om te doen."

Kolossale draaiconstructie in nok van molen

Hoe dat in z'n werk gaat, is goed te zien in de kap van de molen. Via de eerste verdieping, waar een gastenkamer te vinden is, leidt een steil trappetje naar een indrukwekkend stuk mechaniek, dat vermoedelijk uit 1672 stamt. "Dit is het kruiwerk", legt Judith uit terwijl ze de kolossale draaiconstructie langs de rand van de molen aanwijst. "Voor iedere draaibeurt moet je de lagers smeren."

Als er toch iets aanloopt, is dat niet altijd even snel opgelost. "Je moet dan niet alleen achterhalen wat het probleem is, maar ook waar het vandaan komt", vertelt Judith. "Klom ik een keer helemaal naar de kap toe, leek het geluid weer van beneden te komen, en toen toch weer hoger. Goed voor je conditie in ieder geval, haha."

"Af en toe organiseren we een open dag", vervolgt de molenaar. "Dan kunnen kinderen in de wieken klimmen en leggen we uit hoe kruien precies werkt. Je draait dan de molen zodat hij op de wind komt te staan. Dan voel je hoe het is om twintig ton in beweging te brengen."

"De molen zelf is het allerleukste van hier mogen wonen", vertelt Judith. "Vooral in de lente is het hier zo mooi, met alle weidevogels. De hele tuin wordt paars van de pinksterbloemen. Dan is het echt één groot feest."