Met de droge zomer van vorig jaar in ons achterhoofd is het besproeien van de tuin meer dan ooit een ethische kwestie geworden. Want hoeveel schoon drinkwater willen we spenderen aan een groene grasmat? Met een slimme inrichting én een efficiënt waterplan houd je het watergebruik in de tuin beperkt.

De zomer van 2018 behoort officieel tot de 5 procent droogste jaren sinds het begin van de neerslagmetingen in 1906. En ook al is het dit jaar wat wisselvalliger, toch hebben we de eerste hittegolf met hogere temperaturen dan ooit alweer achter de rug.

Met het oog op de toekomst blijft waterbesparing een belangrijk punt. Hoeveel schoon drinkwater willen we spenderen aan een groene tuin? En waarom moeten we überhaupt met de sproeier aan de gang? De natuur redt zichzelf wel, toch?

Tuinplanten hebben aanpassingsvermogen

Vorig jaar rond deze tijd zag het Nederlandse landschap eruit als een droge prairie. Bruine bermen en dorre bladeren wisselden elkaar af. Op wonderbaarlijke wijze heeft de natuur zich na de winter weer mooi groen hersteld.

Dit aanpassingsvermogen heeft een tuinplant ook, mits hij zich thuis voelt op de grond in jouw tuin. Tuinplanten die van vochtige grond houden, zullen op doorlatende zandgrond bijna dagelijks om water schreeuwen. Tijd dus voor een passend beplantingsplan, waarin planten die goed tegen droogte kunnen de boventoon voeren.

Planten die goed tegen de droogte kunnen, passen in een tuin met een efficiënt waterplan. (Beeld: 123RF)

We willen groen

Met een beplanting die past bij de grondsoort is water geven eigenlijk alleen nodig tijdens aanhoudende droge periodes. Bomen en heesters die al langer in de tuin staan, weten zelf de diepere bodemlagen te bereiken. In de natuur zullen vaste planten op den duur het loodje leggen, maar die weten zichzelf te vermeerderen door reserves in knollen onder de grond of door rijkelijk met zaden te gaan strooien.

Grassen herstellen zichzelf bijna altijd, zelfs na aanhoudende droge periodes. Maar we houden het gazon graag mooi groen en willen de vaste planten in leven houden. Bij droogte is sproeien dan de enige oplossing.

Maak een sport van water geven

Of je nu water geeft met een gieter of tuinslang of een watergeefsysteem hebt aangesloten: maak er een sport van om je tuin zo slim mogelijk van water te voorzien. Controleer om te beginnen of de grond wel echt droog is. Vaak is alleen de bovenlaag droog en voelt de grond eronder nog vochtig aan. Vochtminnende planten zoals hortensia’s zijn een goed uitgangspunt, bij een watertekort zie je dat het blad slap gaat hangen.

Wil je je borderplanten redden, dan zijn de slappe bladeren hét signaal dat de sproeier een half uur tot een uur aan mag. Zo lang inderdaad, want over het algemeen geldt dat één keer per week wat langer sproeien beter is dan vaak kleine beetjes. Het voorkomt dat tuinplanten lui worden en zorgt ervoor dat ze een steviger wortelgestel ontwikkelen zodat ze zelf op zoek kunnen naar grondwater.

Meer tips om water te besparen

  • Geef planten 's avonds water. Overdag in de zon verdampt het water snel.
  • Maak rond dorstige bomen en struiken die net geplant zijn een dijkje van grond. Dit voorkomt dat het water meteen wegstroomt.
  • Bedek kale grond tussen planten en onder struiken en hagen met een mulchlaag van cacaodoppen, grasmaaisel of houtsnippers.
  • Zet planten die veel water nodig hebben niet in grond die snel uitdroogt.
  • Zet zo min mogelijk planten in potten. Die hebben geen reserves en zijn afhankelijk van een dagelijkse watergift.
  • Het gazon laten verdorren tijdens extreme droogte is het overwegen waard. Dit staat misschien even wat minder leuk, maar het herstelt zich vanzelf.