Om het woningtekort op te kunnen vangen zijn er op korte termijn meer huizen nodig. Maar snelheid gaat niet altijd hand in hand met creativiteit. Wordt er dus nog wel spannend genoeg gebouwd in Nederland? 

Hapklare beleggersbrokken, een monotone steenwoestijn en mini-appartementen aan lange gangen die aan ziekenhuizen uit de jaren vijftig doen denken.

Het zijn ferme woorden in het juryrapport van een architectuurprijs in Groningen van dit jaar. De nieuwbouwprojecten in de provinciestad krijgen het hierin zwaar te verduren. "Nergens wordt echt durf getoond. Het zijn invuloefeningen", luidt het oordeel van de driekoppige vakjury. 

Maar klopt dit beeld ook in de rest van Nederland? Er valt wat voor te zeggen dat nieuwbouwwijken in pakweg Zwolle, Arnhem en Utrecht Leidsche Rijn veel overeenkomsten vertonen, maar is de huidige bouwstijl hiermee eentonig te noemen?

Architect Robert-Jan de Kort van het Rotterdamse bureau De Kort Van Schaik begrijpt wel waar de kritiek vandaan komt. Hij maakte onlangs voor het Jaarboek architectuur in Nederland weer een jaarlijkse rondreis met de redactie langs nieuwbouwprojecten in ons land.

"We zien wijken ontstaan waarbij er niet meer geëxperimenteerd wordt. Er wordt teruggevallen op standaarden, waarbij de inbreng van architecten beperkt blijft tot alleen het ontwerpen van een gevel", zegt De Kort.

“Nergens wordt echt durf getoond. Het zijn invuloefeningen”
Vakjury

Minder experimenten door de snelheid van bouwen

Belangrijke oorzaak is volgens hem dat de economie weer is aangetrokken. Om de vraag bij te kunnen benen, worden er snel in groten getale woningen gebouwd. En daardoor wordt er anders nagedacht dan tijdens de crisis van een paar jaar geleden. 

"Omdat er toen minder verkocht werd, werd er meer nagedacht over wat mensen nou echt wilden hebben. Daar zijn hele interessante projecten uit voortgekomen, waarbij ruimte was voor experimenten", legt De Kort uit. 

Hij noemt als voorbeeld de nieuwbouwwijk Oosterwold, tussen Almere en Zeewolde. Dit project kwam midden in de crisistijd van de grond en gaf toekomstige bewoners veel ruimte om hun eigen huis te bouwen.

"Je zag hier dat de gemeente Almere heel belangrijk was bij het promoten en faciliteren van zo'n experiment, onder meer door de grondprijs laag te houden. De gemeente liet zien dat het anders kan en gaf mensen de vrijheid om hun eigen woondroom te realiseren", zegt De Kort.

De Kort wil benadrukken dat er op deze manier nog steeds wel projecten ontstaan, maar dat door de snelheid van bouwen de mogelijkheden voor experimenteren afnemen. 

Bouwkosten zijn toegenomen

Volgens Peter Boelhouwer, hoogleraar Woningbouw aan de TU Delft, is dat ook te verklaren doordat de bouwkosten enorm zijn toegenomen. "De nadruk komt daardoor te liggen op aantallen, en dat woningen duurzaam worden. Daardoor komen architectonische hoogstandjes niet op de eerste plaats. Er worden bijvoorbeeld appartementen gebouwd en die zijn vaak rechttoe rechtaan."

Ook wijst Boelhouwer erop dat veel woningen in de afgelopen jaren door woningcorporaties zijn gerealiseerd. "Dat zijn ook wat simpelere, vooral betaalbare woningen. Er wordt meer prefab gebouwd, dus met woningen die bijna helemaal in de fabriek zijn gemaakt. Dat is goedkoper, maar werkt niet echt frivole architectuur in de hand."

“Die verschillende stijlen, materialen en inzichten, daar krijg je levendigheid van”
Rijksbouwmeester Floris Alkemade

Klein register van mogelijke woonvormen bespeeld

Maar het belang om snel woningen bij te bouwen mag nooit afdoen aan de kwaliteit, zegt Rijksbouwmeester Floris Alkemade. "Het kan niet zo zijn dat die urgentie betekent dat we op volle kracht weilanden vol gaan bouwen met alleen maar dezelfde woningen."

Bovendien passen dat soort nieuwbouwwijken volgens de oude patronen niet bij de toekomst. "We zijn al bijna zo ver dat 40 procent van de huishoudens uit maar één persoon bestaat. Die gaan niet in een standaard rijtjeshuis, maar zoeken misschien een totaal andere woonvorm. Denk bijvoorbeeld aan Friends-woningen, waarbij iedereen zijn eigen plek heeft maar ook een gemeenschappelijke ruimte deelt."

Volgens Alkemade wordt op dit moment maar een klein register van alle mogelijke woonvormen bespeeld. "Steden kunnen ontzettend profiteren als er meer variatie komt in de soorten huizen. We vinden historische binnensteden prachtig, omdat daar generatie op generatie aan is gewerkt en veranderd. Dat moeten we ook doortrekken in onze woonwijken. Die verschillende stijlen, materialen en inzichten, daar krijg je levendigheid van."

Kansen in transformeren van bestaande, leegstaande panden

Alkemade ziet daarnaast ook kansen in het transformeren van bestaande, leegstaande panden. "Daarmee kun je een buurt een nieuwe impuls geven en architectonisch spannender maken. Als je woningen maakt in een oud schoolgebouw, levert dat al snel leukere huizen op. Bovendien hoeft er minder gesloopt te worden, en kunnen de buitengebieden gewoon hun open ruimte behouden."

Bij het verbouwen ervan ziet hij ook een grote rol voor de toekomstige bewoners. "Niks is zo mooi als je eigen huis ontwerpen. We moeten mensen meer de vrijheid geven om dat zelf te bepalen. Laat mensen de helft van het geld voor hun woning betalen, in ruil voor zelf meeklussen. Dat zorgt voor betrokkenheid, en geeft de buurt meer identiteit."