Beschermde inheemse diersoorten zijn door hun status dieren met macht. Bouwprojecten lopen vaak maanden vertraging op door nestelende vogels, parende padden of zeldzame vleermuizen.

Er zijn in Nederland vergunningen verleend voor naar schatting 100.000 woningen die vervolgens niet zijn gebouwd, blijkt uit onderzoek dat het Planbureau voor de Leefomgeving in juni publiceerde. Een van de oorzaken zijn voor achterblijvende bouw is de Wet Natuurbescherming.

Hans Jaspers doet onderzoek voor ingenieursbedrijf Sweco en wijt het aan een onrealistische verwachting van bouwbedrijven. “Voor een natuuronderzoek moet je zeker een jaar tot twee jaar uittrekken”.

Sinds 2002 is de bouw verplicht om beschermde inheemse dieren mee te nemen in hun bouwplannen. Nesten mogen niet verstoord worden, dieren op de Rode Lijst niet gedood en hun jachtgebieden mogen niet worden volgebouwd. Deze Flora- en Faunawet ging in 2017 op in de Wet Natuurbescherming.

Alternatieve woonruimte

Elk bouwbedrijf moet voordat zij beginnen aan een project onafhankelijk onderzoek laten doen door een ecoloog. Vindt de ecoloog een beschermd dier, dan moet er een ontheffing van de wet worden aangevraagd om het dier te verplaatsen, een proces van maanden.

De projectontwikkelaar moet vervangende woonruimte voor de dieren regelen, nestkasten, of ze laten vangen en verhuizen naar een andere geschikte plek. Bovendien kan er na het natuuronderzoek en de ontheffingsprocedure een onverwacht dier opduiken. Jaspers: "De korenwolf leeft bijvoorbeeld onder de grond en komt ineens naar boven."

Huismussen en zwaluwen

Inmiddels weten alle bouwbedrijven wel dat je geen sloot vol vissen mag droogpompen of nesten mag vernielen, zegt André de Baerdemaeker, ecoloog bij Bureau Stadsnatuur. Hij doet onderzoek voor bouwbedrijven en adviseert hen. "Wat ze vaak niet weten is hoe omvangrijk het natuuronderzoek is."

“Niemand wil toch een sloopkogel tegen honderden dieren aan gooien?”
André de Baerdemaeker

"Bouwvertraging of een bouwstop kun je voorkomen door een goede planning, dus niet twee maanden van te voren nog even de ecoloog erbij halen. Vleermuizen, gierzwaluwen, huismussen zitten in oude huizen, dus het begint al bij de sloop."

Een ecoloog moet een beschermde soort zeker een jaar volgen om te ontdekken hoe groot zijn leefruimte is, en nesten van vogels in kieren en holen zijn het hele jaar door beschermd. Bomen met holen mogen dus niet zomaar worden gekapt. 

De Groningse watervleermuis

Overdreven? Nee, zegt de ecoloog. Neem de vleermuis. "Een kolonie vleermuizen kan wel uit honderd vrouwtjes met kinderen bestaan. Niemand wil toch een sloopkogel tegen honderden dieren aan gooien?"

Bij de Kempkensberg in Groningen worden de komende jaren honderden woningen gebouwd, ruim een jaar later dan verwacht.

“Het kan zomaar dat je het weekend erop teruggaat naar je bouwterrein en een poel vol beschermde padden hebt.”
Andre de Baerdemaeker

Vleermuiswerkgroep Groningen maakte bezwaar omdat de bouw de flink gekrompen populatie watervleermuizen zou verstoren. De gemeente kwam samen met de stadsecoloog met oplossingen: klimop, sleedoorn en hoge platanen langs de straten, vertelt Klarissa Nienhuys van Vleermuiswerkgroep Groningen.

Niet goed genoeg voor de watervleermuis, vond de werkgroep, en ze dreigden met procederen. Na ruim anderhalf jaar actievoeren kwam de gemeente vorige week met de gewenste oplossing: een donkere, vochtige tunnel in het gebied waardoor de vleermuizen van hun slaapplaats naar hun voedselgebied kunnen vliegen.

Paddenpoeltjes en zwaluwbergen

Rugstreeppadden doen het er bijna om. De Baerdemaeker: "Als een terrein bouwklaar wordt gemaakt en het gaat flink regenen, ontstaan er poeltjes. Daar is de rugstreeppad dol op en het kan zomaar dat je het weekend erop teruggaat naar je bouwterrein en een poel vol beschermde padden hebt."

Dan begint het proces van ontheffing, en staat de bouw stil. Een slimme oplossing is ruim van te voren schermen op het terrein plaatsen, maar dat kan alleen als het bouwbedrijf op tijd om advies heeft gevraagd.

Ook oeverzwaluwen komen graag op bouwterreinen, vertelt ecoloog De Baerdemaeker. "Tijdens een bouwproject werden keurige zandbergen gemaakt naast een sloot. Het bouwbedrijf had er niet bij stilgestaan dat oeverzwaluwen daar graag in nestelen en dus kon er die zomer niet gebouwd worden."

Dassen verhuizen ook niet graag

Nog een gevreesd bouwdier: de das. Op het bestemmingsplangebied Oude Tempel in Soest woont zo’n honkvaste dassenfamilie.

Volgens de Wet Natuurbescherming mag er gebouwd worden, mits de familie verhuist, maar dat is niet zo simpel als het klinkt. Dassen verhuizen niet graag, dus de alternatieve woonruimte met minstens zo goed zijn. 

Er moet een geschikt nieuw leefgebied voor ze worden gezocht, de dassen moeten gevangen worden en hun vorige territorium moet zo onaantrekkelijk mogelijk worden gemaakt zodat ze niet terugkeren. Dat betekent afwachten.

André de Baerdemaeker: "Ecologie en economie gaan prima samen. Bouwbedrijven moeten gewoon ruim de tijd nemen voor dieren. Zij begrijpen ook wel dat we een zorgplicht hebben."