Zo maak je van je tuin een veilige plek voor beschermde dieren

Het gaat niet goed met soorten als de gierzwaluw, vleermuis, bij en huismus in Nederland. We houden te veel van strakke tegeltuinen, en zonder groen geen nesten. 

Wil jij kijken hoe er in de lente zwaluwen onder je dakpannen vandaan vliegen, een egel laten overwinteren of een kolonie vleermuizen op zien groeien? Zo heet je ze welkom in je eigen tuin.

Tara Schelling is ecologisch adviseur bij Aqua-Terra Nova in Naaldwijk en geeft gemeenten en projectontwikkelaars advies over de bescherming van kwetsbare dieren. Schelling: "De verstening is het grote probleem. In Nederland metselt iedereen alles dicht en als er iets vervallen bij ligt, willen gemeenten onmiddellijk slopen en opruimen.”

Natuurinclusief bouwen gebeurt gelukkig steeds meer, zegt Schelling. Bij de sloop van oude woningen, waar vaak vleermuis- en zwaluwnesten in zitten, moeten projectontwikkelaars zorgen dat er in de plaatsvervangende woningen ook een permanente woonplek voor de dieren wordt gebouwd. Schelling: ''Staat dat niet in het plan, dan wordt er geen ontheffing van nestverstoring verleend.''

Nergens nestplek

"Huizen in West-Europa waren eeuwenlang perfect gebouwd voor huiszwaluwen, huismussen, uilen, valken en gierzwaluwen", vertelt Jip Louwe Kooijmans van Vogelbescherming Nederland. "Maar we bouwen steeds efficiënter en schoner en met name vogels hebben moeite een geschikte nestplek te vinden."

Gierzwaluwen zijn honkvast en komen elk jaar uit Afrika om hier te broeden, in hetzelfde nest als het jaar ervoor. Louwe Kooijmans: "Door renovatie of sloop zijn hun oude nesten vaak verdwenen. Stel je voor, je komt helemaal uit Afrika gevlogen naar jouw oude vertrouwde dakpan, blijkt-ie weg te zijn. Zo'n zwaluw slaat een broedjaar over en moet op zoek naar een nieuwe nestkast."

Gierzwaluwen bouwen zelf geen nest, maar kruipen in spleten, kieren, onder dakpannen of in een nestkast. Nestkasten kun je zelf bouwen of aanschaffen bij een tuinwinkel, maar daarmee ben je er nog niet. Die kast komt als laatste, legt Louwe Kooijmans uit.

"Als je tuin vol tegels ligt, zal er nooit een vogel in je kast komen. Vogels hebben bloeiende planten nodig, zodat er insecten en larven te eten zijn voor de jongen, een begroeide wand voor beschutting en struiken waar bessen aan groeien."

Ook de plek is belangrijk: hang een gierzwaluwkast nooit op het zuidwesten. Daar is het te warm en worden de jongen gesmoord in hun wieg.

Vleermuizen bijten niet

Ook vleermuizen kampen met woningnood en zijn beschermd in Nederland. Door boomkap, het opvullen van spouwmuren en renoveren van oude gebouwen zijn er steeds minder verblijfplaatsen voor de vleermuis, dus kunnen deze zoogdieren wel wat hulp gebruiken. Ze nestelen graag in holle bomen, tussen spouwmuren, onder dakpannen of in schuren.

Tara Schelling, ecologisch adviseur: "Alle vleermuizen in Nederland zijn beschermd. Ze zijn niet eng en ze bijten ook niet. Vaak worden ze niet eens opgemerkt. Laatst was ik ergens vleermuizen aan het inventariseren, en zei de bewoonster: 'Vleermuizen? Ik wist niet eens dat we die hadden in Nederland.' Onder haar dak zat een bijzondere kraamkolonie met meer dan tachtig vleermuizen."

Lampen uit

Om vleermuizen naar je huis of tuin te lokken, is een vleermuiskast ophangen een goed begin. Klarissa Nienhuys is vrijwilliger bij Stichting Vleermuiswerkgroep Groningen: "De nestkast moet je minstens drie meter hoog ophangen, want ze moeten zo'n twee meter naar beneden kunnen vallen om vaart te krijgen."

Vleermuizen zijn geen vogels, aldus Nienhuys, en hebben tere vleugels. Een kast in een wilg of een populier ophangen met heel veel zijtakken, is zinloos. Schadelijk voor de vleugels, maar ook erg onveilig. Vleermuizen houden van duisternis, dus vermijd kunstlicht in de tuin. Omdat ze alleen insecten eten, nestelen ze graag bij een poeltje of vijver. Water lokt insecten, en waar eten is, is de vleermuis. Over een muggenplaag in de tuin hoef je je geen zorgen te maken: een vleermuis kan wel drieduizend muggen per nacht eten.

Insecten zijn vogelvoer

Alles hangt samen met insecten, zegt Schelling. Als er genoeg insecten zijn, zijn er genoeg vogels. "Helaas is dat nu niet zo. Het gaat nog altijd niet goed met de biodiversiteit." Heb je een tuin, dan is het helpen van insecten een kleine moeite. Plant struiken en bloemen in je tuin die veel stuifmeel en nectar geven, zoals muurpeper, lavendel, kattenkruid, blauwe knoop en zonnehoed. Ze zijn ook dol op kruidentuintjes met rozemarijn en tijm.

Schelling: "Zorg voor klimop, en vooral veel inheemse planten. Die zijn gemaakt voor inheemse insecten."

Wil je je echt gastvrij opstellen, open dan een insectenhotel. Bind een aantal bamboestokjes bij elkaar en zorg dat de achterkant ervan dicht is. Dat is je hotel. Plaats het onder een afdakje op een zonnige plaats in je tuin. Insectenhotels kun je ook gewoon kopen bij tuincentra.

De mus

Ook de huismus heeft last van onze nieuwbouwwijken en zoekt rommelige tuinen om in te nestelen. De huismus stelt een vogelbad in de tuin op prijs, tipt Schelling. "Ook kun je ze het hele jaar door voeren, het liefst in een voederbakje voor mezen zodat er geen kraaien en eksters op afkomen. De kans is groot dat ze dan een nest bouwen in je tuin."

Let op: nooit snoeien in het broedseizoen. "Als je het broeden verstoort, komen ze waarschijnlijk nooit meer terug." Met een groene tuin, genoeg beschutting en wat water komen er ook egels naar je tuin, belooft de ecologe.

Lees meer over:
Tip de redactie