De woensdag gepresenteerde Nationale Woonagenda moet volgens minister Kajsa Ollongren (Wonen) als symbolisch worden gezien. 

"Met de woonagenda staan de neuzen dezelfde kant op en dit markeert de start van de intensivering van bestaande woningbouw", zei Ollongren donderdag in de Tweede Kamer tijdens een debat over de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen.

De problemen op de woningmarkt zullen met de gepresenteerde plannen "niet als sneeuw voor de zon" verdwijnen, aldus de bewindsvrouw. Ollongren wil dat bestaande plannen versneld worden uitgevoerd, woningen betaalbaar blijven en het bestaande aanbod wordt benut.

In het plan staat dat er gemiddeld 75.000 woningen per jaar worden gebouwd. Dat aantal geldt als graadmeter dat jaarlijks kan worden bijgesteld en aangevuld.  

Niet ondertekend

De Nationale Woonagenda is volgens Ollongren ondertekend door vrijwel alle belangrijke spelers uit de woningmarkt, waaronder de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Maar de VNG benadrukte donderdag het plan niet te hebben ondertekend. De belangenorganisatie herkent zich in de strekking, maar vindt het nog te vroeg om zich eraan te committeren. Veel gemeenten zijn op dit moment, twee maanden na de gemeenteraadsverkiezingen, nog bezig met het vormen van colleges.

Tussen de regels door valt ook te lezen dat de VNG nog altijd in zijn maag zit met de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Het is geen geheim dat gemeenten deze heffing, een oude crisismaatregel om de overheidsfinanciën op orde te brengen, liever zien verdwijnen.

Instemmen

Ollongren verwacht echter dat de gemeenten, ondanks de meningsverschillen op een aantal punten, zullen instemmen met haar plannen.

Het kabinet en de betrokken partijen zijn het erover eens dat meer woningen in het middensegment nodig zijn. Dergelijke huizen met een huur van tussen de 700 en 1.000 euro zijn vooral bedoeld voor mensen die te veel verdienen voor een sociale huurwoning, maar te weinig voor de aankoop van een huis.

PvdA-Kamerlid Henk Nijboer noemt het feit dat nu gesproken wordt over "een start" de kern van het probleem. "Straks zijn we drie jaar verder en is er niets gebeurd", aldus Nijboer.

Noodknop

Erik Ronnes (CDA) en Jessica van Eijs (D66) willen dat gemeenten een soort noodknop krijgen voor "exorbitante huurstijgingen" van woningen in de middenhuursector.

De twee regeringspartijen vinden het "ongewenst" dat er wel wordt bijgebouwd, maar dat die woningen door huurstijgingen direct onbetaalbaar worden. Er ligt ook al een advies klaar dat de invoering van zo'n noodknop op gemeenteniveau voorstelt.

Ollongren vindt dat een goed plan. "Wat mij betreft is het doel om excessieve huurstijgingen te voorkomen en dat marktpartijen blijven investeren." De bewindsvrouw vindt overleg met de woningcorporaties en verhuurders daarbij ook belangrijk. 

Discriminatie

Nijboer maakte, net als Farid Azarkan van Denk, nog een punt van discriminatie op de woningmarkt, een probleem dat al langer door onder meer deze partijen wordt aangekaart.

Deze week was er een nieuwe ontwikkeling nadat bekend werd dat woningstichting De Voorzorg in Hoensbroek (gemeente Heerlen) jarenlang heeft gediscrimineerd bij de toewijzing van huurwoningen.

Dat gebeurde onder meer op basis van ras, uiterlijke kenmerken, (lichaams)geur, medicijngebruik, seksuele geaardheid, strafrechtelijk verleden, godsdienst en levensovertuiging.

Ollongren noemt het voorval "vreselijk" en gaat in gesprek met de sector. Als daar niets uitkomt, volgen er maatregelen, beloofde de bewindsvrouw.

Dat gaat voor Nijboer en Azarkan niet ver genoeg. "Deze minister vindt het belangrijk, maar niet belangrijk genoeg", zei Azarkan. Hij wil dat de betrokkenen uit de sector direct aan Ollongren uitleggen hoe ze de problemen gaan oplossen.