Bezitters van een woning in Amsterdam die uit de hoofdstad verhuizen, drijven mogelijk de huizenprijzen op in hun nieuwe woonplaats. Ze hebben door de overwaarde op hun oude huis namelijk meer financiële armslag.

Dat schrijven economen van Rabobank in een donderdag gepubliceerd rapport.

Onderzoekers van de bank vergeleken de prijzen voor tussenwoningen in omliggende gebieden. Daaruit bleek dat Amsterdammers in steden als Amstelveen, Haarlem, Hilversum en Utrecht gemiddeld een hoger bedrag neertelden voor een tussenwoning dan huizenkopers uit andere oorden.

Dit kan erop wijzen dat ze meer voor dezelfde woning bieden, maar ook dat ze eerder voor duurdere woningen kiezen.

"Zeer waarschijnlijk is het een combinatie van beide. Dit zou betekenen dat verhuizende Amsterdammers een prijsopdrijvend effect hebben in de regio", stelt econoom Rogier Aalders.

Almere en Haarlem

Vooral Almere en Haarlem zijn volgens Rabobank populaire steden bij vertrekkende Amsterdammers. Daar kwam respectievelijk 14 en 18 procent van de verkochte woningen in handen van Amsterdamse doorstromers.

In kleinere omliggende plaatsen, zoals Waterland of Ouder-Amstel, ging het om tussen de 30 en 40 procent.