De vraag naar eengezinswoningen is onverminderd hoog, hoewel er steeds meer alleenstaanden op de woningmarkt te vinden zijn.

Dit komt doordat eengezinswoningen niet alleen in trek zijn bij jonge gezinnen, maar ook onder ouderen. Zij hebben vaak geen zin om hun eengezinswoning te verruilen voor een kleiner huis, zo blijkt dinsdag uit onderzoek van RIGO Research en Advies in opdracht van gebiedsontwikkelaar BPD.

Zowel stellen van middelbare leeftijd van wie de kinderen het huis inmiddels hebben verlaten als oudere stellen en alleenstaande 65-plussers blijven steeds langer in hun eengezinswoning. Hierdoor zijn er voor jonge gezinnen minder van dit soort huizen beschikbaar.

80 procent van de groei van het aantal eenpersoonshuishoudens is toe te schrijven aan 65-plussers. Deze groep heeft vaak weinig zin om te verhuizen.

Bovendien wonen negen op de tien zogenoemde emptynesters vijf jaar nadat de kinderen het huis hebben verlaten nog steeds in hun eengezinswoning. Als zij wel verhuizen, gebeurt dit in de helft van de gevallen naar een andere eengezinswoning.

Buiten de stad

Jonge gezinnen wonen het liefst in een eengezinswoning buiten de grote stad, zo blijkt verder uit het onderzoek.

"Op jonge alleenstaanden oefenen steden grote aantrekkingskracht uit. Maar jongeren blijven niet jong en de meesten blijven ook niet alleenstaand. Je ziet dat ze dan toch op zoek gaan naar een eengezinshuis buiten de stad. Een stadsappartement is leuk, zo lang men alleenstaand is, of na een scheiding", zegt onderzoeker André Buys.

RIGO verwacht dat het tekort aan eengezinswoningen de komende jaren verder zal oplopen.