Minder alleenstaande starters zijn in staat om financiering te krijgen voor een gemiddelde starterswoning. Het aandeel dat hiertoe in staat is, zou in de afgelopen jaren bijna zijn gehalveerd.

Vorig jaar kon 16 procent van de alleenstaande starters een gemiddelde starterswoning financieren, meldt adviesbureau IG&H woensdag op basis van een eigen analyse.

In 2012 gold dit nog voor 29 procent van de alleenstaande starters. Het bureau verwacht dat het aandeel dit jaar verder zal dalen naar 13 procent.

Volgens manager Freek Jansen van IG&H hebben starters het moeilijk. "Dit komt deels doordat de woningprijzen de afgelopen jaren flink zijn gestegen en zij door de hoge huurprijzen geen ruimte meer hebben om te sparen. Hierdoor kunnen zij steeds minder eigen geld inleggen", aldus Jansen.

"Daar komt bij dat de overheid extra druk op starters legt. Niet alleen door leennormen aan te scherpen, maar ook door de aflossing van een hypothecaire lening verplicht te stellen."

ECB

Het bureau wijst er verder op dat de Europese Centrale Bank (ECB) naar verwachting het eigen stimuleringsbeleid zal afbouwen. Op termijn zal de hypotheekrente daardoor kunnen oplopen en dit heeft weer gevolgen voor de positie van starters.

"Een stijging van de rente betekent een verdere afname van het aandeel starters dat een gemiddelde starterswoning kan financieren." Dit aandeel kan volgens IG&H met 2 tot 3 procentpunt afnemen als de rente tot 5 procent stijgt.

"In dat geval zou slechts een op de tien alleenstaanden nog in staat zijn om een gemiddelde starterswoning te financieren. Dat effect wordt nog verder versterkt als de huizenprijzen door blijven stijgen."

Hulp

Daarnaast zou uit aanvullend onderzoek blijken dat bijna de helft van de starters financiële hulp van familie of vrienden nodig heeft om een eerste huis te kopen.

"Starters die een woning kunnen financieren, zijn vaak hoogopgeleid of hebben ouders die financieel kunnen bijspringen", stelt Jansen.