Steden kunnen meer doen om ervoor te zorgen dat hun inwoners minder last hebben van stress en meer bewegen.

Nu wordt er vaak alleen nog gekeken naar het voldoen aan de milieunormen, stelt de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) in een woensdag verschenen advies. Het rapport is overhandigd aan minister Kajsa Ollongren van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

Een van de doelstellingen van de nieuwe Omgevingswet, die in 2021 in werking moet treden, is dat leefomgevingen gezonder worden. De Rli wil gemeenten met het advies hierover aan het denken zetten en handvatten bieden. 

Steden kunnen mensen aanzetten tot meer beweging door bijvoorbeeld netwerken van fiets- en wandelpaden aan te leggen.

In gebouwen en daaromheen kunnen gemeenten ervoor kiezen trappen en liften slim te plaatsen. De openbare ruimte kan op een wijze worden aangelegd, dat deze ontmoetingen en ontspanning aantrekkelijker maakt.

Gezondheidsverschillen 

Andere voorbeelden die de raad noemt, zijn onder andere het gebruikmaken van nieuwe bouwmaterialen, minder parkeerplaatsen, of deze verder bij woningen of bestemmingen vandaan situeren, en woningen bouwen die eenzaamheid tegengaan. 

De raad vindt dat dergelijke maatregelen in buurten met een gezondheidsachterstand voorrang moeten krijgen. Er zijn in Nederland grote gezondheidsverschillen tussen buurten.

De belangrijkste verklaring hiervoor is volgens de Rli "de ruimtelijke uitsortering" van mensen. Hiermee wordt bedoeld dat mensen uit lage sociaaleconomische groepen vaak wonen in goedkope huurwoningen in minder aantrekkelijke wijken.