De belastingaangifte is voor woningbezitters doorgaans wat ingewikkelder dan voor particulieren zonder een eigen huis. Door slim gebruik te maken van aftrekposten voor huiseigenaren, kun je misschien geld van de Belastingdienst terugkrijgen.

Door aftrekposten te gebruiken, valt je inkomen lager uit. En daardoor betaal je mogelijk minder inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen.

Je kunt niet alleen de rente over je hypotheek aftrekken, maar ook de rente over leningen voor bijvoorbeeld een verbouwing of onderhoud.

Ook eenmalige kosten zijn aftrekbaar. Denk daarbij aan bemiddelingskosten voor het krijgen van een hypotheek of lening, notariskosten voor de hypotheekakte en kosten voor een taxatie die nodig is om een hypotheek te kunnen krijgen. Maar onder meer makelaarsprovisies, overdrachtsbelasting en notariskosten voor de koopakte zijn juist niet aftrekbaar.

Daarnaast mogen ook periodieke betalingen voor erfpacht, opstal of beklemming afgetrokken worden. Hier krijg je mee te maken als je woning op een stuk grond staat dat niet van jou is.

Je kunt minder hypotheekrente aftrekken in de hoogste belastingschijf

In de hoogste belastingschijf kun je overigens wel minder hypotheekrente aftrekken dan in het voorgaande jaar. De maximale hypotheekrenteaftrek in de hoogste belastingschijf gaat jaarlijks namelijk met 0,5 procentpunt omlaag. Het tarief wordt tot 2041 in stappen verlaagd naar 38 procent. 

Over het jaar 2017 mag een huizenbezitter in de vierde schijf (bij een belastbaar inkomen vanaf 67.072 euro) hypotheekrente aftrekken tegen het maximale tarief van 50 procent. In 2016 was het tarief nog maximaal 50,5 procent.

Het genoemde tarief geldt ook voor de andere aftrekbare kosten voor de eigen woning zoals restschulden, eenmalige aftrekbare kosten en periodieke betalingen.

Het eigenwoningforfait tel je bij je inkomen op

Iedereen met een eigen woning moet juist ook een bedrag bij het inkomen optellen. Dit zogenoemde eigenwoningforfait is een percentage van de WOZ-waarde. Je hebt hiervoor de beschikking met de peildatum van 1 januari 2016 nodig. 

Voor woningen van 12.500 euro tot 1,06 miljoen euro gelden percentages van 0,3 procent tot 0,75 procent. Voor duurdere woningen neem je een bedrag van 7.950 euro plus 2,35 procent van de waarde boven 1,06 miljoen euro.

Geen of een kleine eigenwoningschuld

Als je geen of slechts een kleine eigenwoningschuld hebt en daardoor geen of weinig rente betaalt, kom je mogelijk in aanmerking voor nog een aftrekpost.

Dit kan als de aftrekbare kosten lager zijn dan het eigenwoningforfait. De aftrek komt meestal neer op het verschil tussen deze bedragen.

Als je voor je woning een eigenwoningforfait van 1.200 euro moet opgeven en je aan rente en aftrekbare kosten 1.000 euro kwijt was, dan is het eigenwoningforfait per saldo 200 euro. In dat geval krijg je 200 euro aftrek vanwege geen of een kleine eigenwoningschuld.

Het kabinet wil deze regeling vanaf 2019 in stappen afbouwen. De Tweede Kamer heeft hier in november 2017 mee ingestemd.

Kosten voor onderhoud aan een rijksmonumentenpand

Als eigenaar mag je de kosten voor onderhoud van een rijksmonumentenpand aftrekken. Het pand moet wel zijn ingeschreven in het Rijksmonumentenregister of zijn aangewezen als beschermd monument.

Je kunt alleen de kosten aftrekken die je in het betreffende jaar hebt betaald. Ook moet het pand je eigen woning zijn of horen bij je bezittingen en schulden in box 3 (inkomen uit sparen en beleggen). En als je subsidie voor het onderhoud ontvangt, moet je dit bedrag van de onderhoudskosten aftrekken.

De aftrek geldt ook voor het onderhoud van monumentenpanden in andere EU-landen, Liechtenstein, Noorwegen en IJsland. Daarvoor moet de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wel erkennen dat het pand behoort tot het Nederlands cultureel erfgoed of dat het een rijksmonumentenpand zou zijn als het op Nederlands grondgebied stond.

De aftrek staat op de nominatie om geschrapt te worden. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen, is door het vorige kabinet aangehouden. Het plan wordt nu verder uitgewerkt en alsnog aan de Tweede Kamer voorgelegd. De beoogde invoeringsdatum van de nieuwe regels is 1 januari 2019.

Aftrekposten van de eigen woning kun je onderling verdelen

De genoemde aftrekposten van de eigen woning kun je als fiscale partners onderling verdelen. Dit kan als jullie in heel 2017 fiscale partners waren of ervoor hebben gekozen dit te zijn.

Je moet dan allebei in de aangifte het totaal van het eigenwoningforfait en de aftrekbare kosten invullen. Daarna kun je het saldo van deze inkomsten en aftrekposten verdelen.

Alleen het saldo mag verdeeld worden. Het is niet toegestaan om de ene fiscale partner alleen het eigenwoningforfait te laten aangeven en de andere enkel de kosten.

Soepelere regels voor mensen met kapitaalverzekering voor hun eigen woning

Sinds 1 april 2017 gelden soepelere voorwaarden voor mensen met een kapitaalverzekering eigen woning die een kapitaaluitkering hebben ontvangen.

Als je aan specifieke voorwaarden voldoet, hoef je geen of minder belasting te betalen over een kapitaaluitkering. Sinds april 2017 heb je hier sneller recht op, omdat een van de voorwaarden is vervallen.

Dat je minimaal vijftien tot twintig jaar premie moet hebben betaald, is niet langer een eis om in aanmerking te komen voor een vrijstelling. Deze versoepeling geldt ook voor spaarrekeningen en beleggingsrechten voor de eigen woning.

Je moet nog wel aan andere voorwaarden voldoen. Zo moet de ontvanger de hele uitkering gebruiken voor het aflossen van de hypotheek of restschuld en ieder jaar alle premies hebben betaald.

Bovendien mag de hoogste premie die op jaarbasis is betaald, niet hoger zijn dan tien keer het laagste premiebedrag op jaarbasis. Iemand die in het eerste jaar 2.500 euro premie heeft betaald en in andere jaren 200 euro, komt dus niet in aanmerking voor een vrijstelling.

Voor het jaar 2017 kun je een vrijstelling van 162.500 euro krijgen. Voor fiscale partners is een bedrag van 325.000 euro vrijgesteld van belasting.

Schenking van een ton voor je eigen woning is weer belastingvrij

In tegenstelling tot 2015 en 2016, was het in 2017 weer mogelijk om belastingvrij een schenking van maximaal 100.000 euro voor een eigen woning te ontvangen.

Om voor de schenkingsvrijstelling in aanmerking te komen, moet de ontvanger wel aan een aantal voorwaarden voldoen. Je moest op het moment van de schenking tussen de achttien en veertig jaar zijn en de schenking gebruikt hebben of voor 31 december 2019 gebruiken voor een specifiek doel.

Het bedrag mag of mocht onder meer worden gebruikt voor de aankoop, het verbeteren of onderhouden van een koopwoning. Andere mogelijke doelen zijn: het aflossen van een woningschuld of restschuld of de afkoop van rechten van erfpacht, opstal of beklemming.