Minder hbo- en wo-studenten kiezen ervoor om op kamers te gaan sinds de invoering van het leenstelsel in 2015.

Tot 2014 ging rond de 61 procent van de wo-studenten en 23 procent van de hbo-studenten het huis uit binnen zestien maanden na de start van de studie. Sinds de invoering van het leenstelsel is dit gedaald naar 45 procent van de wo-studenten en 14 procent van de hbo-studenten, blijkt donderdag uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

In 2015 is dan ook het aantal 17- tot 21-jarigen dat in universiteitssteden gaat wonen met 14 procent afgenomen.  

Volgens het CBS zijn er geen aanwijzingen dat studenten hun beslissing om te gaan studeren of op kamers te gaan meer van de welvaart van hun ouders laten afhangen sinds de invoering van het leenstelsel. Dit nieuwe stelsel kwam in de plaats voor de basisbeurs.

De daling van het aantal studenten dat uit huis gaat, was het sterkst onder studenten waar uit huis gaan het meest voorkwam, namelijk in de hoogste welvaartsgroep. Hiermee zijn de verschillen tussen de verschillende welvaartsgroepen kleiner geworden, concludeert het statistiekbureau.

Doorstroom

De doorstroom van de havo naar het hbo liet tijdens de onderzochte periode van 2007 tot 2015 een stijgende lijn zien. In 2013 en 2014 was de stijging het sterkst, dit waren de laatste jaren waarin studenten nog onder het oude stelsel vielen.  

De doorstroom naar het hbo is het grootst onder havo-gediplomeerden uit de hoogste welvaartsgroep. In alle welvaartsgroepen nam in 2015 het percentage havo-gediplomeerden dat een hbo-studie startte af.

Ook de doorstroom van vwo naar universiteit steeg van 2007 tot 2015, met een piek in 2014. Onder vwo-gediplomeerden nam de doorstroom naar het wo echter nauwelijks af na de invoering van het leenstelsel.