Woonlasten voor burgers in grote gemeenten stijgen nauwelijks

De gemeentelijke lasten, zoals de rioolheffing, gemeentelijke onroerendezaakbelasting en de afvalstoffenheffing, stijgen sinds 2010 gemiddeld nauwelijks. Ook in 2018 is de stijging "zeer beperkt".

Dat blijkt dinsdag uit jaarlijks onderzoek van het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo).

Komend jaar zijn huurders gemiddeld 0,3 procent meer kwijt aan lokale lasten, wat neerkomt op 1 euro. Mensen die in een eigen koopwoning wonen, betalen 0,6 procent (4 euro) meer. Dat is minder dan de verwachte inflatie van 1,6 procent.

Het is een trend die al sinds 2010 zichtbaar is. Gecorrigeerd voor inflatie daalden de gemiddelde lokale lasten in zeven van de negen jaren.

Het Coelo onderzocht de tarieven in de 38 grootste gemeenten. Daar woont 40 procent van de Nederlanders. Het centrum stelt sinds 2002 elk jaar een overzicht samen van kerngegevens over de belastingen in de grote gemeenten. Onder grote gemeenten worden provinciehoofdsteden en gemeenten met ten minste 90.000 inwoners gerekend.

Grote verschillen

De verschillen per gemeente zijn groot. Zo betalen huurders in Nijmegen voor afvalstoffenheffing en rioolheffing maar 34 euro per jaar, terwijl huurders in Zaanstad 567 euro kwijt zijn.

De woonlasten stijgen voor deze groep in 2018 het sterkst in Apeldoorn met 27 euro (8,5 procent), en dalen het sterkst in Middelburg met 20 euro (5,9 procent).

Woningbezitters zijn in Den Haag met 546 euro het goedkoopst uit, terwijl dezelfde groep in Delft 843 euro per jaar neer moet leggen. In Arnhem betaalt deze groep dit jaar 18 euro (2,3 procent) minder, terwijl woningbezitters in Apeldoorn 32 euro (4,7 procent) meer neer moeten tellen.

Lees meer over:
ozb
Tip de redactie