De overheid moet in het woonbeleid meer rekening houden met jonge gezinnen. Die bevinden zich in "een lastige positie waarbij zij hun woon- en werkwensen moeten afwegen tegen kinderopvang".

Dat concluderen economen van de Rabobank dinsdag. Zij pleiten voor een integrale beleidsaanpak, waarbij meer woningen moeten worden gebouwd, lasten op arbeid worden verlaagd en kosten van de kinderopvang worden beperkt.

De koopwoningmarkt is het meest toegankelijk voor tweeverdieners, concluderen de economen. Jonge tweeverdieners namen meer dan de helft van alle recente aankopen van koopwoningen voor hun rekening. Dit terwijl ze slechts een derde van alle jonge gezinnen vormen.

Jonge ouders werken vaak niet allebei voltijd. Dat heeft niet alleen te maken met de keuze van ouders om meer tijd aan hun kind te besteden, maar is ook het gevolg van de "dure en kwalitatief matige kinderopvang" in Nederland, aldus de economen.

Als ouders ervoor kiezen om vanwege dure kinderopvang zelf thuis te blijven en dus minder te gaan werken, heeft dat gevolgen voor de maximale hoogte van hun hypotheek.

Jonge gezinnen worden dus "geconfronteerd met het probleem dat tegenover wellicht verbeterde toegankelijkheid van de woningmarkt, hogere kosten voor de kinderopvang staan".

Volgens de economen kan het huidige model "in een context van rap stijgende huizenprijzen" moeilijk blijven bestaan. Ze roepen de politiek op om te zorgen voor hogere loonstijgingen en meer baanzekerheid, maar ook om de hoge kosten van kinderopvang aan te pakken, als onderdeel van het woonbeleid.