Het merendeel van de achterdeuren zijn zo slecht beveiligd dat het voor een inbreker weinig moeite kost om via die weg een huis binnen te dringen. De meeste sloten zijn binnen drie minuten opengebroken, blijkt woensdag uit cijfers van de Nationale Inbraakpreventie Weken.

"Mensen draaien de achterdeur vaak netjes op het nachtslot als ze slapen of niet thuis zijn, maar ze hebben er geen idee van, dat het voor een inbreker dan toch een fluitje van een cent is om binnen te komen", aldus Coen Staal, voorzitter van de Nationale Inbraakpreventie Weken.

De inbraakcijfers dalen. In 2012 werden ruim 91.000 inbraken gemeld, in 2016 waren dat er nog 55.000. Volgens Staal vinden de meeste van die inbraken plaats via de achterdeur.

Op ruim de helft van de achterdeuren kan het zogenaamde cilindertrekken toegepast worden. Zo kunnen ook deuren met stalen veiligheidsbeslag binnen een paar minuten opengebroken worden. De inbreker schroeft een stalen schroef in de cilinder en oefent daar met een cilindertrekker zoveel druk op uit dat deze in het midden afbreekt.

De markt reageerde met anti-cilindertrekbeslag, maar dit zit nog maar op 12 procent van de achterdeuren. 

Een kwart (25,3 procent) van de achterdeuren heeft aluminium beslag, herkenbaar aan schroefjes aan de buitenkant. Dit slot is met een simpele schroevendraaier en tang zelfs binnen een minuut te kraken.

Van de huurhuizen heeft 43 procent een zeer zwak beveiligde achterdeur. Bij koophuizen is dat percentage 33 procent.